Oprit 14: "Oprit 14 is een onderzoek naar de schoolloopbanen van jongeren in de tweede graad van het secundair onderwijs". Meer specifiek: "De school, jongeren, ouders en de buurt: partners in de creatie van een optimale schoolcarrière. Jongeren met een immigratieachtergrond in de tweede graad van het secundair onderwijs in Vlaanderen (Antwerpen, Gent en Genk) met een bijzondere focus op Marokkaanse, Turkse, Poolse en Chinese jongeren. Kortweg: Oprit 14, naar een schooltraject zonder snelheidsbeperkingen!"
Bron: www.oprit14.be
Waarom vind ik dit zo goed: het is niet alleen een onderzoeksproject, het is méér. Het biedt een kader om rond taalbeleid actief aan de slag te gaan in je organisatie of school. De website www.viaoprit14.be geeft een heleboel tools om hiermee aan de slag te gaan, zowel voor de leerkrachten als voor de leerlingen.
Voorbeelden:
Opwarmer
Wat?
Leerlingen denken na over het eigen beleid in de school.
Hoe?
Sleutelvragen:- Gaan de school of leerkrachten op dezelfde manier met taal om?
- Zijn er soortgelijke voorvallen op jouw school?
- Denk even na: Wat zou je willen dat de school doet?
Enkele richtvragen:
- Spreek je altijd Nederlands in de lessen? Gebruik je soms een andere taal om iets uit te leggen aan een klasgenoot, of om te overleggen?
- Mag je een andere taal dan Nederlands spreken op de speelplaats? Weet je waarom wel of niet? Hoe reageert de school als je het niet doet? Vind je dat vervelend?
Enkele richtvragen:
- Spreek je altijd Nederlands in de lessen? Gebruik je soms een andere taal om iets uit te leggen aan een klasgenoot, of om te overleggen?
- Mag je een andere taaln dan Nederlands spreken op de speelplaats? weet je waarom wel of niet? Hoe reageert de school als je het niet doet? Vind je dat vervelend?
Richtlijnen?
Liever uitspraken van leerlingen of leerkrachten ter inspiratie?
Op
de poll
Taal (link:http://www.viaoprit14.be/leerling/denk-jij-ook-dat/taal) vind je nog wat meer inspiratie voor de discussie.
Vergelijk ook even met de criteria die je bij Wat denk ik
over? (link: http://www.viaoprit14.be/leerling/oefeningen/taal-op-school) opstelde. Hoe ver staat de situatie op jouw school hiervan af? Wat zou
er moeten gebeuren?
Op een organigram (link: http://www.viaoprit14.be/methodieken/organigram) kan je
nagaan wie je best aanspreekt om deze oefening uit te voeren. Dat kan de
leerlingenraad zijn, maar bijvoorbeeld ook je klastitularis.
En nadien?
Je kan deze oefening als aanleiding gebruiken om verder te gaan op
het beleid (link: http://www.viaoprit14.be/leerling/oefeningen/schoolfoto-taal-op-school) van je school.
Variant?
- Enquête: Weten alle leerlingen wat de regels zijn in verband met het spreken van Nederlands of thuistaal. Via een enquête leg je al heel wat onduidelijkheden bloot.
| Mag je op school je thuistaal spreken? | ja | nee | ik weet het niet |
| Mag je op de speelplaats je thuistaal spreken? | |||
| Mag je tijdens de lessen je thuistaal spreken? | |||
| Word je gestraft wanneer je je thuistaal spreekt? |
Ik haal er nog een oefening uit, nl die oefening die je als aanleiding kan gebruiken om verder te gaan op het beleid:
Wat?
Nadenken over eigen schoolbeleid: in vraag stellen van klas- en schoolpraktijk
Hoe?
- Probeer in kaart te brengen hoe school omgaat met taal. Welke taal moet je spreken? Mag je elke taal spreken? En zoja, overal en altijd?
Bvb. Turks spreken op de speelplaats mag niet. Leerlingen krijgen straf
- Eenmaal je alles hebt opgelijst, probeer je voor elke handeling of praktijk zijn tegenhanger te formuleren.
Bvb. ‘Turks spreken op de speelplaats mag niet’ wordt ‘Turks spreken op de speelplaats mag wel.’ Bedenk ook eens wat tussenmogelijkheden. Bvb. ‘Turks spreken op de speelplaats mag enkel om verduidelijking bij een huistaak te geven bijvoorbeeld’.
- Bouw nu per beslissing, regel of handeling een scenario op. Bedenk alle mogelijke gevolgen van een beslissing, breng voor- en nadelen in kaart.
| + | - | |
| Turks spreken op de speelplaats mag niet. | Alle leerlingen verstaan elkaar. | Leerlingen doen dit niet bewust en voelen dit aan alsof ze zichzelf niet mogen zijn. |
| Turks spreken op de speelplaats mag wel. | ||
| Turks spreken op de speelplaats mag enkel om verduidelijking bij een huistaak te geven bijvoorbeeld |
Richtlijnen?
Het antwoord op je vragen vind je vaak gewoon in je schoolreglement. De informatie uit de opwarmer geeft ook al wat info. Ontbreekt er nog informatie? Spreek bijvoorbeeld eens de leerlingenbegeleider of een ander geschikt persoon aan en vraag een kort interview.
Deze oefening neemt wat meer tijd in beslag dan een gewone brainstorm. Ga eens langs bij de leerlingenraad en vraag raad hoe ze jou kan ondersteunen wanneer je bijvoorbeeld het idee aan de directie wil voorleggen.
Je kan de oefening maken met enkele klasgenoten of met de hele klasgroep. Door vertegenwoordigers aan te stellen, kan je het werk verdelen.
Tip: probeer bij de oefening zelf al eens verschillende ‘brillen’ op te zetten. Sommige regels zijn bijvoorbeeld goed voor de leerlingen, maar nadelig voor de leerkrachten en omgekeerd. Probeer je in te leven in het standpunt van de leerkracht, directie, je ouders, …. Grijp ook even terug naar je criteria. En denk na: beantwoordt deze regel hieraan of niet? Is dit helemaal anders?
En nadien?
- Na deze oefening kom je misschien tot het besluit dat je bepaalde regels wel logisch vindt maar enkele wijzigingen wil aanbrengen. Denk eens na wat anders zou moeten. Wat kan verbeteren? De methodiek van de 3 B’s (link: http://www.viaoprit14.be/methodieken/3-bs) kan je daarbij helpen.
- Werk je nieuwe voorstellen uit, dan kan je ze voorstellen aan andere leerlingen of de hele school via bijvoorbeeld
- een posterpresentatie (link:http://www.viaoprit14.be/methodieken/posterpresentatie) : Je maakt visueel op een poster (via een tekening of schema) je voorstel duidelijk. De andere leerlingen kunnen via een posterbeurs hun voorkeursposter stemmen of er hun bedenkingen bijschrijven
- een stemronde: Op de methodiekenpagina vind je tal van stemmethodieken bvb. stickeren, ren je rot, ...
- Groene envelopmoment: In alle klassen wordt een groene envelop gelegd met een stelling of het voorstel op papier als inhoud. Per klas wordt in groep nagedacht over wat in de groene envelop zit. De klas schrijft bedenkingen en suggesties neer en stopt ze in de envelop. Wanneer je ze ophaalt, heb je op korte tijd meningen over alle klassen heen verzameld.









