vrijdag 11 oktober 2013

PAV en taal: Oprit 14

Over PAV en taal wil ik toch nog graag het volgende aanvullen, wegens gewoonweg heel interessant als je op de school aan de slag wil rond taalbeleid. Superinteressant!



Oprit 14: "Oprit 14 is een onderzoek naar de schoolloopbanen van jongeren in de tweede graad van het secundair onderwijs". Meer specifiek: "De school, jongeren, ouders en de buurt:  partners in de creatie van een optimale schoolcarrière. Jongeren met een immigratieachtergrond in de tweede graad van het secundair onderwijs in Vlaanderen (Antwerpen, Gent en Genk) met een bijzondere focus op Marokkaanse, Turkse, Poolse en Chinese jongeren. Kortweg: Oprit 14, naar een schooltraject zonder snelheidsbeperkingen!"
Bron: www.oprit14.be




Waarom vind ik dit zo goed: het is niet alleen een onderzoeksproject, het is méér. Het biedt een kader om rond taalbeleid actief aan de slag te gaan in je organisatie of school. De website www.viaoprit14.be geeft een heleboel tools om hiermee aan de slag te gaan, zowel voor de leerkrachten als voor de leerlingen. 

Voorbeelden:

Opwarmer

Wat?
Leerlingen denken na over het eigen beleid in de school.

Hoe?
  • Bekijk het filmpje of lees het artikel als opwarmer voor de discussie.
Sleutelvragen:
      • Gaan de school of leerkrachten op dezelfde manier met taal om?
      • Zijn er soortgelijke voorvallen op jouw school?
      • Denk even na: Wat zou je willen dat de school doet?
Enkele richtvragen:
      • Spreek je altijd Nederlands in de lessen? Gebruik je soms een andere taal om iets uit te leggen aan een klasgenoot, of om te overleggen?
      • Mag je een andere taal dan Nederlands spreken op de speelplaats? Weet je waarom wel of niet? Hoe reageert de school als je het niet doet? Vind je dat vervelend?
Mogelijke topics: taal op de speelplaats, taal in de klas …
Enkele richtvragen:
  • Spreek je altijd Nederlands in de lessen? Gebruik je soms een andere taal om iets uit te leggen aan een klasgenoot, of om te overleggen?
  • Mag je een andere taaln dan Nederlands spreken op de speelplaats? weet je waarom wel of niet? Hoe reageert de school als je het niet doet? Vind je dat vervelend?
Richtlijnen?
Liever uitspraken van leerlingen of leerkrachten ter inspiratie? 
Op de poll Taal (link:http://www.viaoprit14.be/leerling/denk-jij-ook-dat/taal)  vind je nog wat meer inspiratie voor de discussie. 
Vergelijk ook even met de criteria die je bij Wat denk ik over? (link: http://www.viaoprit14.be/leerling/oefeningen/taal-op-schoolopstelde. Hoe ver staat de situatie op jouw school hiervan af? Wat zou er moeten gebeuren?
Op een organigram (link: http://www.viaoprit14.be/methodieken/organigram) kan je nagaan wie je best aanspreekt om deze oefening uit te voeren. Dat kan de leerlingenraad zijn, maar bijvoorbeeld ook je klastitularis.

En nadien?
Je kan deze oefening als aanleiding gebruiken om verder te gaan op het beleid (link: http://www.viaoprit14.be/leerling/oefeningen/schoolfoto-taal-op-school) van je school.

Variant?
  • Enquête: Weten alle leerlingen wat de regels zijn in verband met het spreken van Nederlands of thuistaal. Via een enquête leg je al heel wat onduidelijkheden bloot.

Mag je op school je thuistaal spreken?                              ja       nee          ik weet het niet
Mag je op de speelplaats je thuistaal spreken?
Mag je tijdens de lessen je thuistaal spreken?
Word je gestraft wanneer je je thuistaal spreekt?

Ik haal er nog een oefening uit, nl die oefening die je als aanleiding kan gebruiken om verder te gaan op het beleid: 


Schoolfoto: taal op school

Wat?
Nadenken over eigen schoolbeleid: in vraag stellen van klas- en schoolpraktijk 
Hoe?
  • Probeer in kaart te brengen hoe school omgaat met taal. Welke taal moet je spreken? Mag je elke taal spreken? En zoja, overal en altijd? 
Bvb. Turks spreken op de speelplaats mag niet. Leerlingen krijgen straf
  • Eenmaal je alles hebt opgelijst, probeer je voor elke handeling of praktijk zijn tegenhanger te formuleren.
Bvb.  ‘Turks spreken op de speelplaats mag niet’ wordt ‘Turks spreken op de speelplaats mag wel.’ Bedenk ook eens wat tussenmogelijkheden. Bvb. ‘Turks spreken op de speelplaats mag enkel om verduidelijking bij een huistaak te geven bijvoorbeeld’. 
  • Bouw nu per beslissing, regel of handeling een scenario op. Bedenk alle mogelijke gevolgen van een beslissing, breng voor- en nadelen in kaart.
 +-
Turks spreken op de speelplaats mag niet.Alle leerlingen verstaan elkaar.Leerlingen doen dit niet bewust en voelen dit aan alsof ze zichzelf niet mogen zijn.
Turks spreken op de speelplaats mag wel.  
Turks spreken op de speelplaats mag enkel om verduidelijking bij een huistaak te geven bijvoorbeeld  

Richtlijnen?
Het antwoord op je vragen vind je vaak gewoon in je schoolreglement. De informatie uit de opwarmer geeft ook al wat info. Ontbreekt er nog informatie? Spreek bijvoorbeeld eens de leerlingenbegeleider of een ander geschikt persoon aan en vraag een kort interview.
Deze oefening neemt wat meer tijd in beslag dan een gewone brainstorm. Ga eens langs bij de leerlingenraad en vraag raad hoe ze jou kan ondersteunen wanneer je bijvoorbeeld het idee aan de directie wil voorleggen.
Je kan de oefening maken met enkele klasgenoten of met de hele klasgroep. Door vertegenwoordigers aan te stellen, kan je het werk verdelen.
Tip: probeer bij de oefening zelf al eens verschillende ‘brillen’ op te zetten. Sommige regels zijn bijvoorbeeld goed voor de leerlingen, maar nadelig voor de leerkrachten en omgekeerd. Probeer je in te leven in het standpunt van de leerkracht, directie, je ouders, …. Grijp ook even terug naar je criteria. En denk na: beantwoordt deze regel hieraan of niet? Is dit helemaal anders?
En nadien?
  • Na deze oefening kom je misschien tot het besluit dat je bepaalde regels wel logisch vindt maar enkele wijzigingen wil aanbrengen. Denk eens na wat anders zou moeten. Wat kan verbeteren? De methodiek van de 3 B’s (link: http://www.viaoprit14.be/methodieken/3-bskan je daarbij helpen.
  • Werk je nieuwe voorstellen uit, dan kan je ze voorstellen aan andere leerlingen of de hele school via bijvoorbeeld
      • een posterpresentatie (link:http://www.viaoprit14.be/methodieken/posterpresentatie)  : Je maakt visueel op een poster (via een tekening of schema) je voorstel duidelijk. De andere leerlingen kunnen via een posterbeurs hun voorkeursposter stemmen of er hun bedenkingen bijschrijven
      • een stemronde: Op de methodiekenpagina vind je tal van stemmethodieken bvb. stickerenren je rot, ...
      • Groene envelopmoment: In alle klassen wordt een groene envelop gelegd met een stelling of het voorstel op papier als inhoud. Per klas wordt in groep nagedacht over wat in de groene envelop zit. De klas schrijft bedenkingen en suggesties neer en stopt ze in de envelop. Wanneer je ze ophaalt, heb je op korte tijd meningen over alle klassen heen verzameld.

dinsdag 8 oktober 2013

Improvisatie sessie

Reflectie over Improcessie

Ik heb zojuist de ImproEncyclopedia.org gedownload: een schat aan informatie! Als iemand die ooit wil vertalen, just give a yell! 

De workshop was goed opgebouwd om de nodige veiligheid te creëren. Het enige nadeel was de veel te grote groep en het te warme (en te kleine) lokaal. De man van Improcessie wist duidelijk wat hij deed, hoe om te gaan met een groep, hoe een sessie op te bouwen, de juiste sfeer creëren, enz. 
Het was een plezier om te zien hoe mede-studenten zich volledig overgaven aan de opdracht :).



Ik vraag me natuurlijk wel af hoe ik dit kan gebruiken als leerkracht: als ijsbreker of opwarmer zeker en vast. Niet te veel, maar af en toe, in functie van een bepaald thema of als er met rollenspelen wordt gespeeld. 
Ook in improvisatie wordt men aangemoedigd om buiten de "lijntjes te kleuren", om buiten de gekende kaders te denken en vooral (onbewuste) associaties te maken die dan leiden tot onverwachte (en hilarische) reacties. En vooral dit lijkt me heel leuk om in een klassituatie te proberen: de leerlingen uit te dagen om buiten de geijkte kaders te denken en hun geest 'los te schudden alsof men een soort van mentale ochtendgymnastiek doet als een warming-up van het brein.En dan komen we heel dicht in de buurt van creatief denken (cfr Dirk de Boe).



Improvisatie kan ook een positieve sfeer creëren in de klas, een soort van verbondenheid, door het meemaken van een gemeenschappelijke ervaring. Groepsdynamisch is dit alvast een meerwaarde.
In de 'gevorderde' sessies moet er mee veiligheid zijn, omdat de kans op afgaan groter is omdat de oefeningen moeilijker zijn. Het is dus niet iets dat je doet tussen de soep en de patatten: als leerkracht moet je goed weten wanneer en hoe je een impro-oefening doet. 




donderdag 3 oktober 2013

Sessie 1 Vakdidactiek PAV schooljaar 2013-2014

Sessie 1 Vakdidactiek PAV schooljaar 2013-2014

Op basis van de sessie van Frederik tijdens het vorige schooljaar keek ik wel uit naar deze vakdidactische sessie. Alhoewel de sessie van vorig jaar bij momenten nogal chaotisch en 'op den bots' zijn verlopen, was deze sessie merkbaar genoeg goed voorbereid. Frederik had zelfs een leuke quiz gemaakt.

Het onderwerp was PAV en taalbeleid, een bijzonder boeiend onderwerp, te meer daar in een van mijn halftijdse functies taalbeleid in het (lager en secundair) onderwijs een belangrijk onderwerp is. Intercultureel Netwerk Gent biedt scholen ondersteuning in het zoeken en opmaken van een taalbeleid op maat. De nadruk ligt wel op de diversiteit van de leerlingen en de ouders, centraal staat het cliëntperspectief. De organisatie zelf (ING vzw) is in volle proces om een eigen taalbeleid te ontwikkelen. Vandaar dat ik deze sessie met meer dan normale belangstelling heb gevolgd.

ING vzw heeft de volgende publicatie ontwikkeld: "elke taal haar verhaal":
"Elke Taal haar verhaal is een handboek met uitgewerkte vormingsessies voor intermediairs waarmee zij aan de slag kunnen gaan met allochtone ouders.

Vanaf het schooljaar 2010-2011 moeten alle basisscholen in hun schoolreglement een engagementsverklaring opnemen die ouders moeten ondertekenen. Eén van de onderdelen is dat allochtone ouders zich moeten engageren om hun kinderen te stimuleren in het leren van Nederlands. Dit handboek is een hulpmiddel voor alle intermediairs (al dan niet onderwijsgebonden) die allochtone ouders hierin willen ondersteunen. Centraal in dit pakket staat de idee dat de thuistaal van de kinderen voldoende aandacht moet krijgen. Ouders worden ondersteund om hun kinderen taalvaardig te maken in hun thuistaal én in het Nederlands. Het belang van het kleuteronderwijs wordt benadrukt en ouders krijgen tips en adviezen om hun communicatie met de school te vergemakkelijken. " 
(bron: http://www.ingent.be/?menu=4&inhoud=elketaal)


Ik ben alvast niet teleurgesteld, meer nog, de inhoud is niet blijven hangen op het structurele niveau, maar ging heel concreet over hoe je als leerkracht PAV taal actief kan integreren in je lessen.

Frederik begon de sessie met de uitspraak dat 'iedere taal wordt beïnvloed door de cultuur en/of de context men opgroeit", een uitspraak waarmee ik het volledig eens ben. Maar ik denk hierbij vooral aan het TOPOI model van Hoffman, waarin Taal een belangrijke rol speelt. 



Via dit model worden verschillende perspectieven in kaart gebracht op basis van 5 aspecten die deel uit (kunnen) maken van een situatie:
1. Taal: hoe begrijp jij mij en ik jou? (verbaal & non-verbaal)
2. Ordening: hoe kijkt elk van ons naar de situatie?
3. Personen: hoe kijk jij naar mij en ik naar jou?
4. Organisatie: hoe verhouden de verschillende betrokkenen zich tegenover elkaar en
welke autoriteits- en verantwoordelijkheidsposities moeten gerespecteerd worden?
5. Inzet: wat zijn de motieven van de verschillende betrokken? Welke doelen willen ze
stellen doorheen hun gedrag?

In wat volgt zetten we het TOPOI model uiteen op basis van Hoffmans ‘Interculturele
gespreksvoering: theorie en praktijk van het TOPOI-model’ (2006) en vullen we dit aan met
voorbeelden uit het artikel ‘Waarom loopt je interculturele communicatie vast?’ uit Klasse voor
leraren (2001) (bron: http://www.diversiteitactie.be/sites/default/files/0.17.1.%20Bronnenkaart%20-%20Het%20TOPOI-model.pdf)



1. Taal: hoe begrijp jij mij en ik jou? (verbaal & non-verbaal)
Voorbeeld van verbale miscommunicatie: “Vandaag zetten we alle mama’s in het zonnetje”, kondigt
juf Tine vrolijk aan. Cinta barst in tranen uit: “Ik wil mijn mama niet in de zon zetten.” “Oei”, antwoordt juf, “ben je boos op mama?”

Wat loopt er mis? De juf en Cinta begrijpen elkaars woorden verkeerd. Cinta kent de uitdrukking niet, ze neemt de uitspraak letterlijk. In haar geboorteland Indonesië doe je je moeder absoluut geen plezier door haar in de vlakke zon te zetten.

Voorbeeld van non-verbale miscommunicatie: Jamal kwam voor de tweede keer in een week te laat op school. Hij gaf hiervoor telkens een reden op die niet geloofwaardig leek. De leraar besprak dit onder vier ogen met hem. Jamal keek de leraar daarbij niet aan. Voor de leraar was dit een bevestiging dat Jamal niet eerlijk was geweest. Jamal daarentegen bleef vasthouden aan de opgegeven redenen.

Wat loopt er mis? De leraar baseert zijn conclusies hier niet op feiten maar op de betekenis die hij zelf geeft aan het niet aankijken van Jamal. Voor de leraar betekent ‘niet aankijken’ niet respectvol en oneerlijk zijn: ‘Hij heeft vast iets te verbergen’. Voor Jamal is het ‘niet aankijken’ net een vorm van beleefdheid
waarmee de positie van de leraar erkent.

Wat kun je doen?
Tracht na te gaan wat de verschillende betrokkenen onder bepaalde concepten of vormen van non-verbale communicatie verstaan. Spreek hierbij vanuit de ik boodschap en beschrijf hoe je je voelt bij de communicatievormen van de gespreksvormen.
Breng de boodschap helder, gebruik eenvoudige taal. Schakel desnoods een tolk in.

2. Ordening: hoe kijkt elk van ons naar de situatie?
Voorbeeld van miscommunicatie: “In de klas is Joran een echt lastpak”, klaagt juffrouw Anaïs. “Maar
zijn moeder wil daar niet van weten, ze noemt haar zoon ‘gewoon een levendig kind’.”

Wat loopt er mis? De juf en de moeder van Joran hebben elk hun eigen kijk op de werkelijkheid. Ze willen dat de ander hetzelfde ziet.

Wat kun je doen?
Expliciteer ieders kijk op de kwestie: wat zie ik, wat zie jij, wat verwacht ik, wat verwacht jij?
Je hoeft niet akkoord te gaan, maar probeer elkaar te begrijpen. Zoek wat jullie gemeenschappelijk hebben en zet dit voorop.




3. Personen: hoe kijk jij naar mij en ik naar jou?
Voorbeeld van miscommunicatie: Een docente vroeg naar aanleiding van een bepaald thema met
betrekking tot religie aan één van haar studenten met Marokkaanse roots: ‘En hoe denken ze daar bij jullie over?’ De studente draait met haar ogen en weigert verder elke medewerking aan de les.

Wat loopt mis? De docente ziet de studente in de eerste plaats als een vertegenwoordigster van haar (etnisch-) culturele groep. De studente ziet zichzelf in de eerste plaats als een studente in plaats van als ‘Turkse’, ‘Islamitische’, …

Wat kun je doen?
Welke beelden, waarden, normen, opvattingen en betekenissen zorgen voor de manier waarop je zelf en de ander denkt? Probeer zoveel mogelijk neutraal te zijn – wees je bewust van je eigen waardeoordelen. Herleid de ander niet tot één kenmerk: allochtoon, vrouw, … .

Wat zegt de ander over zichzelf? Hoe spreekt hij/zij over zichzelf? Wat vertelt hij/zij over de manier waarop anderen hem bekijken? Onderzoek in welke rol de ander zichzelf plaatst en speel daarop in.

Welk beeld heeft de ander over jou? Klopt dit met de werkelijkheid? Vraag de ander hoe hij/zij de onderlinge relatie ervaart. Wat vind jij vanzelfsprekend? Wat vindt de andere vanzelfsprekend? Stel een alternatief relatiekader voor wanneer de ander jou in een ongepast hokje steekt.


4. Organisatie: hoe verhouden de verschillende betrokkenen zich tegenover elkaar en welke machtsverhoudingen moeten gerespecteerd worden?
Voorbeeld van miscommunicatie : Een leraar frustreert zich over het feit dat de ouders van Mafoud nooit naar het oudercontact komen. Hij begrijpt niet hoe ouders zo ongeïnteresseerd kunnen zijn in hun zoon. Wanneer hij de vader opbelt om hem hierover aan te spreken zegt deze dat de problemen die zich op school voordoen de verantwoordelijkheid zijn van de school.

Wat loopt mis? Uit latere gesprekken blijkt dat de ouders en de leraar verschillende verwachtingen hebben tegenover elkaar. Zo is de afwezigheid op oudercontacten en infovonden voor de ouders van Mafoud niet zozeer een vorm van desinteresse maar een uiting van respect tegenover de autoriteit en verantwoordelijkheid van de leraar. Daar tegenover proberen de ouders ook de problemen die ze thuis hebben af te schermen van de school, omdat ze dit als hun verantwoordelijkheid beschouwen en niet die van de leraar. “Jij het bloed, ik de beenderen”, zegt een Turks spreekwoord. Dit verwijst naar gescheiden verantwoordelijkheden. In de school moet de school haar verantwoordelijkheid nemen. Thuis doen de ouders dat (Intercultureel Netwerk vzw, 2004, p21).

Wat kun je doen?
Vraag na welke verwachtingen de andere heeft van jou of de school. Leg uit hoe wat jouw rol is of wat de gangbare verwachtingen, waarden en regelgevingen zijn binnen de schoolcontext.


5. Inzet: wat zijn de motieven van de verschillende betrokken? Welke doelen 
willen ze stellen doorheen hun gedrag? 
Voorbeeld van miscommunicatie: “Je bent een racist”, roept Ali naar de leraar Nederlands nadat hij slechte cijfers kreeg voor zijn spreekbeurt. De leraar antwoordt gepikeerd: “Doe niet zo flauw, je weet best dat ik geen racist ben.” Ali loopt boos weg.

Wat loopt mis? De leraar reageert alleen op de onterechte beschuldiging van Ali. Hij ziet de achterliggende boodschap niet. Waarom zegt Ali dit? Ali is teleurgesteld, hij had meer verwacht.

Wat kun je doen?
Achterhaal vanuit welke dieperliggende motieven iemand op een bepaalde manier reageert. Wat is er werkelijk gaande? Erken de zienswijze van de andere. Vraag naar de achtergrond van die mening.
Vraag verduidelijking als je iets niet begrijpt. Neem een geïnteresseerde houding aan.Wanneer iemand het moeilijk heeft om over gedachten en gevoelens te praten, probeer haar of hem dan eerst op zijn gemak te stellen. Hou je emoties onder controle en heb geen angst voor stiltes.