Als zij-instromer heb ik pas op latere leeftijd besloten om
te kiezen voor een job als leerkracht door deze opleiding te volgen. Maar dit
brengt wel enkele elementen met zich mee die niet direct te verzoenen zijn met het
hele systeem van benoemingen in het onderwijs. Op deze leeftijd heb ik al een
gezin met schoolgaande kinderen, een huis dat moet afbetaald worden, kortom:
een min of meer vaste situatie die toch ook een regelmaat aan inkomen vereist.
Bovendien zit ik in de helft van mijn arbeidsloopbaan, wat wil zeggen dat ik
nog 20 jaar werkzaam dien te zijn. Dat is nog een heleboel, maar in ieder geval
minder dan een dertigjarige. Wat ik eigenlijk wil zeggen, is ik rekening moet
houden met het vervolg van mijn arbeidsloopbaan en me geen al te gekke sprongen
kan permitteren: er moet afbetaald worden en het pensioen is halverwege in
aantocht.
Als ik hoor en lees hoe moeilijk het is voor beginnende leerkrachten
om toch min of meer werk te vinden in het onderwijs, zakt me bij voorbaat de
moed in de schoenen. Elchardus schetst in zijn uitgebreid artikel de motivatie
maar ook de drempels van het beroep van leerkracht, en een van de hoofdelementen
is toch wel de beroepsonzekerheid en de verschillende statuten waar men
doorheen moet om een vaste aanstelling te verkrijgen. Dit wetende ben ik al op
voorhand ontmoedigd. Ik ben niet iemand die vele risico’s durft nemen als het
op inkomen aankomt: ik hou nogal vast aan een vaste job met een vast inkomen,
dit is een van de belangrijkste elementen die me weerhouden om de sprong naar
het onderwijs te wagen.
Daarom kan ik de oproep van Jef Boden, en de daarbij horende
reacties onderaan het artikel (http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/opinieblog/opinie/141005-opinie-jefboden-statuut-standard)
om de vaste benoeming in het onderwijs af te schaffen
volgen, in die zin dat het hele systeem wat mij betreft mag omgevormd worden
naar systemen die in andere sectoren worden gehanteerd, zoals ieder jaar een
functioneringsgesprek met jaarlijkse evaluatie, of coaching en mentoring van
beginnende leerkrachten, waar ook Elchardus voor pleit. Hierbij aansluitend
begrijp ik het pleidooi van Jochems om expertise te verwerven als leerkracht,
wat eigenlijk in contradictie is met het hele omslachtige systeem om vast
benoemd te geraken. Vastbenoemd geraken heeft hoegenaamd niets te maken met je
eigen expertise, know how, goesting en dies meer. Het heeft enkel te maken met het aantal
dienstjaren, een onwaarschijnlijk archaïsch systeem dat eigenlijk niet meer te
verantwoorden is in deze tijd. Compleet achterhaald.
Een zij-instromer kan een onwaarschijnlijke meerwaarde
binnenbrengen in de school: iemand die van buiten de schoolcultuur komt, kan
met een kritisch oog heel wat veranderingen en verbeteringen voorstellen. Een zij-instromer
heeft eerst heel wat andere ervaring achter de kiezen, ervaring die een
meerwaarde kan betekenen voor de job. Daarom vind ik dat het meerekenen van anciënniteit een waardering betekent voor deze ervaring, maar waar waarschijnlijk weinig kans toe is met het huidige besparingsdiscours.
Het pijnlijke gebrek aan coaching en mentoring tijdens de
job is voor mij nog een pijnpunt van het onderwijs. In mijn loopbaan is dit
altijd een evidentie geweest, terwijl je in het onderwijs, bij wijze van
spreken, je plan moet trekken. Tijdens mijn stage was er zelf een beginnende
leerkracht die aan mij feedback vroeg van de les die ik bij haar observeerde
omdat ze van niemand anders feedback kon krijgen over haar klasmanagement. Hierbij
verwijs ik graag naar de alinea die het artikel van Jochems besluit: “Dat maakt
aannemelijk dat er binnen vrijwel elke school docenten zijn die effectieve strategieën
gevonden hebben om bepaalde problemen op te lossen. Deze achterhalen en delen
met collega’s zou wel eens een basis kunnen vormen voor een effectieve
benadering van professionele ontwikkeling van docenten”. Een waarheid als een
koe.
On the job training zou echt een mogelijkheid moeten zijn,
zeker voor het onderwijs waar jongeren worden gevormd! Elchardus en co verwijzen
naar landen als Nieuw-Zeeland waar beginnende leerkrachten een % van hun
lesuren worden vrijgesteld voor begeleiding en advies. Hiermee kan je de
kwaliteit van het onderwijs opkrikken en sneller expertise opdoen, bijna een ‘must’
als het gaat over professionele ontwikkeling waar Jochems naar verwijst.
Andere elementen die Elchardus aanhaalt in zijn artikel,
anders dan de instapmoeilijkheden van beginnende leerkrachten, zijn o.a. de
werkdruk en administratieve rompslomp. Dit zijn m.i. elementen die steeds meer
in eender welke job zich manifesteren: rekening houdend met de jobs in mijn
arbeidsloopbaan is er zeker een stijging te merken van deze elementen, no
escape possible, dus ook niet in het onderwijs.
De psychische belasting aan het houden van discipline in de
klas is natuurlijk een ander paar mouwen, dit m.i. redelijk uniek aan de job,
maar de belasting uit zich dan op andere terreinen zoals bv het halen van
deadline, het moeten samenwerken met mensen van verschillend pluimage. Ook dit
kan zorgen voor extra psychische belasting in jobs buiten het onderwijs.
Kortom: elk nadeel heb zijn voordeel, zei Johan Cruijff, en
het is niet anders in het onderwijs. Toch ben ik van mening dat het hele
benoemingssysteem mag afgeschaft worden en vervangen door andere, ‘gezondere’
systemen die hun nut meermaals bewezen hebben.



Beste Ann - dank je voor je boeiende bijdrage.
BeantwoordenVerwijderenAangezien je reeds op het einde van je lerarenopleiding zit en reeds heel wat werkervaring hebt buiten het onderwijs breng je interessante elementen mee in de discussie. Ik sta je dan ook bij als je aangeeft dat zij-instromers een grote meerwaarde voor onderwijs zijn.
Helaas is het klimaat zij-instromers niet gunstig gezind waardoor velen, nochtans gepassioneerde leraren, toch de stap niet zetten.