woensdag 27 maart 2013

The learning project: een reflectie


Hmmm, het leren spelen op een mondharmonica leek me niet al te moeilijk ... tot ik eraan begon ... dju toch! De kunst is om afwisselend te blazen en te zuigen, om verschillende klanken eruit te krijgen. In het begin sloeg ik de gemakkelijkste kinderliedjes over ("pff, belachelijk, ik kan dat"), en vloog direct naar een lekker bluesnummer. Jaja .... Ben dan toch maar schielijk teruggekeerd naar de 'gemakkelijke' kinderliedjes, vol nederigheid. En maar zuigen en blazen, tot aan het hyperventileren toe, hihi. 

De truc is om te blazen (en zuigen) vanuit je middenrif, de lage ademhaling, en dus niet vanuit je longen (de hoge ademhaling) die ook oppervlakkig is en je dus sneller leidt naar kortademigheid. Zeker als je vier keer na elkaar moet zuigen en je eigenlijk wil inademen … daar ben ik nog niet uit.

Zo gaat een kinderliedje:

“Altijd is kortjakje ziek “
+4 +4 +6+6 –6 –6 +6
-5 –5 –5 –5 +5 +5 –4 –4 +4
+6 +6 –5 –5 +5 +5 -4
+6 +6 –5 –5 +5 +5 -4
+4 +4 +6+6 -6 –6 +6
-5 –5 –5 –5 +5 +4 –4 –4 +

Zo moet ik hem vasthouden:



De kinderen vinden het alleszins prachtig dat ma leert een instrument te spelen. Vol enthousiasme proberen ze het ook (tussenin mijn pauzes), wat dan natuurlijk voor mij minder leuk is bij het zuigen ....Bwaak.


Geduld schijnt een schone zaak te zijn, maar is niet altijd aan mij besteed, helaas. Zeker als het gaat over het leren van nieuwe dingen. En ik wéét dit nochtans op voorhand, maar toch trap ik er iedere keer weer in. 

maandag 25 maart 2013


Pedagogische taak van de leraar als "begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen"

Wie je als persoon bent als leerkracht kan inderdaad een doorslaggevende rol spelen bij het welbevinden van leerlingen in een klas. Ik geloof sterk in de interactie tussen de leerkracht en de leerling. Ik ben er ook van overtuigd dat je als leerkracht altijd en overal je waarden uitdraagt, bewust en onbewust. Daarom lijkt het me niet onbelangrijk om me bewust te zijn van welke waarden ik belangrijk vind in het leven. Daarom is het voor mij belangrijk om in een school les te geven die aansluit bij mijn mens- en maatschappijvisie, en dus geen katholieke school J.

Ik geloof niet in een of andere religie, maar dat betekent niet dat ik geen waarden nastreeft, integendeel. Ik voed mijn kinderen op met waarden als (zelf-)respect, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid (ik kan niet goed tegen onrechtvaardigheid).  Ik geloof in een samenleving die mensen in haar waarde laat, die al het mogelijke doet om haar systemen en structuren aan te passen aan diegenen die telkens uit de boot vallen, de meest kwetsbaren. Ik geloof in een democratische samenleving waarin mensen met elkaar leven en elkaars basisrechten respecteren (onderwijs, huisvesting, waardig inkomen, gezondheid, cultuur sport en vrije tijd, het recht op anders zijn). Naïef en onnozel? Misschien, maar als 45-jarige vrouw eis ik het recht op om hierover een eigen – hetzij naïeve – mening te hebben en uit te dragen in wie ik ben, ook voor de klas.

Dit kan ik vertalen als mijn ‘missie’ in het leven, onderdeel van de logische niveaus van Dilts.


Omwille van deze belangrijke interactie tussen leerling en leerkracht, en het (on)bewust doorgeven van waarden, is dit een goede oefening voor iedere leerkracht. Ge zijt wie ge zijt en dit kan je niet negeren.
Dit brengt me ook bij de kwaliteit van ‘authenticiteit’: als leerkracht kan je onmogelijk verstoppen wie je bent, waarin je gelooft, wat je voelt. Je valt door de mand, zeker in het soort onderwijs waar ik als PAV leerkracht zal les geven: authenticiteit is je redding J.



Het benaderen van de leerlingen als mens, als persoon, als onderdeel van een brede context betekent volgens mij een absolute meerwaarde als leerkracht. Ja, ik moet competent en (didactisch) vaardig zijn. Door mijn manier van lesgeven en de leerlingen het gevoel te geven dat ze belangrijk zijn, zijn mijn ‘triggers’ om verbinding met hen aan te gaan, om een klimaat te scheppen dat inspireert en doet nadenken.
En dat is natuurlijk ook het voordeel van een wat ‘oudere’ would-be leerkracht in de klas J: ik ben niet groen meer achter de oren en heb al wat levenswijsheid achter de kiezen, een meerwaarde als leerkracht. (Waar blijft die job toch? J)

Humor is een even belangrijke kwaliteit en waarde in de klas: er mag al eens gelachen worden.

Maar waar ik wel mee zit, is dat je als leerkracht altijd en overal (tenminste toch in de klas) er “moet staan”! Heb je een kater, ben je met het verkeerde been uit bed gestapt, slaande ruzie gehad met je kinderen of eega: die ochtend in de klas … moet je er staan, ondanks al je goede bedoelingen, je waardenkader en je pedagogische opdracht…. ik kan me niet verstoppen achter een computerke of een dossierke, ik zal er moeten STAAN, en dat lijkt me nog een van de moeilijkste opdrachten als leerkracht. Leerlingen, tja, je moet ze verdienen, iedere dag ;).




In dialoog gaan met de leerlingen, het gebruik van didactische werkvormen waar ruimte is voor interactie en differentiatie zijn uitstekende vormen om in de klas een open en spontane ruimte te creëren die zich kan lenen tot uitwisseling over waarden. Gelukkig zijn er de VOETen als ruggensteun voor de leerkracht, maar ook de pedagogische visie van de school, die ook waarden uitdraagt, kan een basis kan zijn voor verdere waardenvorming in de klas.


Als PAV leerkracht vind ik het tevens belangrijk om veelvuldig verbinding te maken met de brede context waarin het schoolgebeuren zich afspeelt: de school is geen eiland, maar bevindt zich altijd in een maatschappelijke context en evolueert en handelt ook vanuit die maatschappelijke context. Dus ook met allerlei actuele thema’s waar bepaalde waarden aan kunnen opgehangen worden. Bv verkiezingen en de waarde van democratie, participatie en de hiermee samenhangende actie van Samenlevingsopbouw rond “iedere stem telt” waarin maatschappelijk kwetsbare jongeren, mensen in armoede een stem krijgen over thema’s die rechtstreeks betrekking hebben op hun mens-zijn.

dinsdag 12 maart 2013


Ik stond er bij en keek er naar ….

Als ik  aan ICT denk, voel ik toch wel enige koudwatervrees, ook ervaar en begrijp ik heel goed dat er ‘no escape possible’ is. Gelukkig heb ik enkele jaren geleden in een internationaal netwerk gewerkt, waarbij online tools en online leerplatforms schering en inslag waren. Toentertijd probeerde ik eraan te ontsnappen wegens het vinden dat het “toch allemaal niet belangrijk is en er belangrijkere dingen te doen zijn” en meer van dergelijke vluchtpogingen. Momenteel begrijp ik steeds beter welke waardevolle ervaringen en kansen ik toen heb gekregen om helemaal ‘mee’ te zijn, ondanks mijn toenmalige weigering om hierin volledig mee te gaan, tot grote ergernis van mijn collega.

Toen mijn zoon 4 jaar was, kon hij mijn laptop opstarten ook al kon hij niet lezen noch schrijven. Ondertussen is hij 8 en kan er beter mee overweg dan ik… Inderdaad, ik sta erbij en kijk er naar.
Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat het m.i. aangeeft hoe de huidige generatie gepokt en gemazeld is in het gebruik van ICT in het dagelijkse leven. Dus ook in onderwijs, vermits dit ook deel uitmaakt van het dagelijkse leven, maar ook en vooral omdat onderwijs de leerlingen voorbereidt op het dagelijkse leven. Ik wil echt niet geweten hebben dat mijn kinderen even hard sukkelen met ICT als onderdeel van het dagelijkse leven als ik. PC’s zijn al te vinden in de kleuterklas, potdorie.

En dit geeft meteen ook mijn visie weer op het gebruik van ICT in het onderwijs: onze samenleving verandert angstwekkend snel. Evenzo de informatietechnologie. We leven in een tijd waarin de leerlingen meer en meer “digital natives” zijn. En ik stond erbij en keek ernaar. Ik heb niet voor niets heel bewust gekozen voor het Perspectief, juist wegens het gebruik van nieuwe media in de klas. Ik ben ervan overtuigd dat dit de toekomst is en dat dit ook meer en meer onze leerstijl zal beïnvloeden. Door het wereldwijdeweb ligt de wereld aan onze voeten: we hoeven niet eens te reizen om met andere collega’s te communiceren, te discussiëren, om know how uit te wisselen.



Het gebruik van nieuwe media prikkelt de leerlingen en hun leerproces. Of zoals Benjamin Franklin het uitdrukt: “Tell me and I forget, teach me and I remember, involve and I learn”, wat meteen ook het motto is van “serious gaming” van Be Involded.
“Bij Serious Gaming worden complexe theorieën in spelvorm gegoten waardoor het voor de spelers begrijpbaar wordt over gebracht. Serious Gaming ontrekt mensen aan het idee dat ze bezig zijn met leren en laat spelers afleidingen vergeten waardoor ze beter betrokken zijn bij het spel. Tijdens games heeft iedereen een functie en het voltooien van een game geeft voldoening aan alle spelers. Kortom, met behulp van Serious Gaming gaat leren min of meer automatisch en het is bewezen dat de lesstof langer blijft hangen!” (bron: http://www.beinvolved.nl/serious-gaming/). Na jarenlang werken in het jeugdwelzijnswerk ben ik ten volle overtuigd van het (leer)nut van (simulatie)spelen, en zeker ook van ‘serious gaming’.

Als het gaat over ‘flipping the classroom’ zie ik zeker enkele voordelen, maar evenzeer nadelen. Indien een school gebruik maakt van een ‘geflipte classroom’, dan moet m.i. de tijd die een leerling nodig heeft om het instructiefilmpje te bekijken en te verwerken, vrijgemaakt worden in de schooltijd en niet in de vrije tijd, met een "geflipt uurrooster" dus. Of zoals de voorzitter van de Scholierenkoepel, Lyle Muns, het verwoordt: “de werkdruk bij scholieren is te groot” (bron: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130308_005 ). Flipping the classroom moet een middel zijn en geen doel. En dat is net hetzelfde voor alle middelen die gebruikt worden in een klas: het is een middel om de doelstellingen te bereiken en geen doel op zich. En afhankelijk van de doelstellingen kan er gebruik worden gemaakt van uiteenlopende ICT hoogstandjes, maar evenzeer van een krijtbord. Ik verkies dus de pragmatische aanpak.

Toch vind ik het belangrijk om ook de digitale kloof te vermelden als het over school en ICT gaat. Gezinnen in armoede kunnen het zich niet of nauwelijks veroorloven om ICT in huis te halen. Ik heb met kinderen en  jongeren gewerkt waarvan de ouders letterlijk iedere euro dienden om te draaien en moeten wikken en wegen aan wat ze die euro uitgeven. Als PAV leerkracht is de kans groot dat we dergelijke jongeren in de klas hebben, gezien de studierichtingen en de daarmee samenhangende doelgroepen. Daarom pleit ik voor voorzichtigheid en aandacht te hebben voor de valkuil van ons middenklasse-denken dat 'iedereen ondertussen toch wel een computer heeft'. Uiteraard bestaan er internetcafés, bibliotheken met internet, OCR's (openbare computer ruimtes), allemaal bedoeld om de kloof te dichten (behalve de cafés dan, J ).


Het al dan niet hebben van toegang tot ICT, beïnvloedt nl ook de toegang tot informatie en daarmee samenhangend, het ontwikkelen van digitale vaardigheden of anders gezegd: digitale ongeletterdheid is een feit dat we niet mogen minimaliseren. Hier ligt natuurlijk ook een verantwoordelijkheid van de school, nl door het gebruik en vooral het stimuleren van het gebruik van ICT. Maar dit heeft ook een keerzijde: m.i. moet de school dan ook een serieuze inspanning doen om het nodige materiaal GRATIS ter beschikking te stellen van de leerlingen. Als een school ervoor kiest om met een ipad te werken, dan dient zij dit GRATIS ter beschikking te stellen van haar leerlingen.

Tot slot: hoe je het draait of keert, sociaal contact is essentieel en mag niet (volledig) vervangen worden door ICT. Interactie tussen leerlingen (bv peer tutoring), interactie tussen leerling en leerkracht (bv de leerkracht als rolmodel), de school die wordt gevormd door de interactie met de leerlingen, …. Dit alles is essentieel als de school haar leerlingen wil voorbereiden op het leven zelf: kwaliteitsvolle menselijke interactie. De leerkracht heeft toch wel een voorbeeldfunctie en afhankelijk van de persoon kan hij/zij een inspirerend voorbeeld zijn.

  


Hoe je het draait of keert, sociaal contact is essentieel en mag niet (volledig) vervangen worden door ICT. Interactie tussen leerlingen (bv peer tutoring), interactie tussen leerling en leerkracht (bv de leerkracht als rolmodel), de school die wordt gevormd door de interactie met de leerlingen, …. Dit alles is essentieel als de school haar leerlingen wil voorbereiden op het leven zelf: kwaliteitsvolle menselijke interactie.




zaterdag 9 maart 2013

The learning project - startreflectie



Goed. De kogel is door de kerk. Het wordt een mondharmonica. Ook al volgt er direct een welgemeende "kreun" en "wat haal ik me op de hals?". En waarom in hemelsnaam een mondharmonica? Goeie vraag ...
Als onderdeel van 'the learning project' wordt me gevraag om een gloednieuwe vaardigheid aan te leren, eentje dat ik totaal niet onder de knie heb en er zelfs niet in de buurt van kom. De bedoeling is nl. om te leren hoe leren werkt, het aan den lijve ondervinden. Als leerkracht in spe ondervindt ik mijn eigenste leerproces.

En waarom dan een mondharmonica? Tja, mijn eerste idee was om te leren drummen: het leek me wel 'cool' om als +45-jarige vrouw, meedeinend op de golven van een potentiële midlifecrisis crisis, te leren drummen. Drummen is iets waarvan ik eigenlijk al sinds mijn "jongejuffrouwjaren" heb gedroomd, al moet ik toegeven dat er door de jaren heen wel wat sleet is gekomen op deze droom. Na wikken en wegen, het bekijken van instructiefilmpjes op Youtube, het bevragen van een drummende mede-moeder, heb ik toch maar wijselijk besloten om het te houden op een mondharmonica. Een drumstel op je rug meenemen leek me plots heel wat minder 'cool' en vooral onhandig.

Maar waarom dan mondharmonica? Bij het woord 'mondharmonica' komen spontaan beelden naar boven van een kampvuur (ook al heb een hekel aan kamperen), gezelligheid, melancholie, samen zingen (ook al niet voor mij) en toch zijn het deze dingen die me over de streep trekken. En natuurlijk ook wel het feit dat mijn teerbeminde echtgenoot een mondharmonica in zijn bezit heeft. Een professionele nog wel. Maar waar ligt dit ding? Hij sleurt het al 25 jaar mee (zolang kennen we elkaar al), heeft al talloze verhuizen overleefd. Het hele huis wordt overhoop gehaald, en hoera! Gevonden, stoffig en wel!




Hmm, meteen komen gemengde gevoelens naar boven. Zal ik dit wel kunnen? Getwijfel, het lijkt me opeens een berg om te beklimmen. Het is een fijn geluid en ik zie mezelf al meteen als de vrouwelijke versie van Toots Tielemans. Ahum.



Wat is een haalbare doelstelling? Toch nog even Youtube bekijken en proberen. Geluid krijg ik er wel uit, dat is niet zo moeilijk, maar het moet wel "iets fatsoenlijks" zijn. En wat is dat dan? Hier moet ik nog eens over nadenken.

Tip: http://www.homesick.nl/  of http://www.youtube.com/user/harmonicaliedjes waarbij op het gevoel mondharmonica wordt gespeeld zonder dat je noten hoeft te lezen.