dinsdag 12 maart 2013


Ik stond er bij en keek er naar ….

Als ik  aan ICT denk, voel ik toch wel enige koudwatervrees, ook ervaar en begrijp ik heel goed dat er ‘no escape possible’ is. Gelukkig heb ik enkele jaren geleden in een internationaal netwerk gewerkt, waarbij online tools en online leerplatforms schering en inslag waren. Toentertijd probeerde ik eraan te ontsnappen wegens het vinden dat het “toch allemaal niet belangrijk is en er belangrijkere dingen te doen zijn” en meer van dergelijke vluchtpogingen. Momenteel begrijp ik steeds beter welke waardevolle ervaringen en kansen ik toen heb gekregen om helemaal ‘mee’ te zijn, ondanks mijn toenmalige weigering om hierin volledig mee te gaan, tot grote ergernis van mijn collega.

Toen mijn zoon 4 jaar was, kon hij mijn laptop opstarten ook al kon hij niet lezen noch schrijven. Ondertussen is hij 8 en kan er beter mee overweg dan ik… Inderdaad, ik sta erbij en kijk er naar.
Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat het m.i. aangeeft hoe de huidige generatie gepokt en gemazeld is in het gebruik van ICT in het dagelijkse leven. Dus ook in onderwijs, vermits dit ook deel uitmaakt van het dagelijkse leven, maar ook en vooral omdat onderwijs de leerlingen voorbereidt op het dagelijkse leven. Ik wil echt niet geweten hebben dat mijn kinderen even hard sukkelen met ICT als onderdeel van het dagelijkse leven als ik. PC’s zijn al te vinden in de kleuterklas, potdorie.

En dit geeft meteen ook mijn visie weer op het gebruik van ICT in het onderwijs: onze samenleving verandert angstwekkend snel. Evenzo de informatietechnologie. We leven in een tijd waarin de leerlingen meer en meer “digital natives” zijn. En ik stond erbij en keek ernaar. Ik heb niet voor niets heel bewust gekozen voor het Perspectief, juist wegens het gebruik van nieuwe media in de klas. Ik ben ervan overtuigd dat dit de toekomst is en dat dit ook meer en meer onze leerstijl zal beïnvloeden. Door het wereldwijdeweb ligt de wereld aan onze voeten: we hoeven niet eens te reizen om met andere collega’s te communiceren, te discussiëren, om know how uit te wisselen.



Het gebruik van nieuwe media prikkelt de leerlingen en hun leerproces. Of zoals Benjamin Franklin het uitdrukt: “Tell me and I forget, teach me and I remember, involve and I learn”, wat meteen ook het motto is van “serious gaming” van Be Involded.
“Bij Serious Gaming worden complexe theorieën in spelvorm gegoten waardoor het voor de spelers begrijpbaar wordt over gebracht. Serious Gaming ontrekt mensen aan het idee dat ze bezig zijn met leren en laat spelers afleidingen vergeten waardoor ze beter betrokken zijn bij het spel. Tijdens games heeft iedereen een functie en het voltooien van een game geeft voldoening aan alle spelers. Kortom, met behulp van Serious Gaming gaat leren min of meer automatisch en het is bewezen dat de lesstof langer blijft hangen!” (bron: http://www.beinvolved.nl/serious-gaming/). Na jarenlang werken in het jeugdwelzijnswerk ben ik ten volle overtuigd van het (leer)nut van (simulatie)spelen, en zeker ook van ‘serious gaming’.

Als het gaat over ‘flipping the classroom’ zie ik zeker enkele voordelen, maar evenzeer nadelen. Indien een school gebruik maakt van een ‘geflipte classroom’, dan moet m.i. de tijd die een leerling nodig heeft om het instructiefilmpje te bekijken en te verwerken, vrijgemaakt worden in de schooltijd en niet in de vrije tijd, met een "geflipt uurrooster" dus. Of zoals de voorzitter van de Scholierenkoepel, Lyle Muns, het verwoordt: “de werkdruk bij scholieren is te groot” (bron: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130308_005 ). Flipping the classroom moet een middel zijn en geen doel. En dat is net hetzelfde voor alle middelen die gebruikt worden in een klas: het is een middel om de doelstellingen te bereiken en geen doel op zich. En afhankelijk van de doelstellingen kan er gebruik worden gemaakt van uiteenlopende ICT hoogstandjes, maar evenzeer van een krijtbord. Ik verkies dus de pragmatische aanpak.

Toch vind ik het belangrijk om ook de digitale kloof te vermelden als het over school en ICT gaat. Gezinnen in armoede kunnen het zich niet of nauwelijks veroorloven om ICT in huis te halen. Ik heb met kinderen en  jongeren gewerkt waarvan de ouders letterlijk iedere euro dienden om te draaien en moeten wikken en wegen aan wat ze die euro uitgeven. Als PAV leerkracht is de kans groot dat we dergelijke jongeren in de klas hebben, gezien de studierichtingen en de daarmee samenhangende doelgroepen. Daarom pleit ik voor voorzichtigheid en aandacht te hebben voor de valkuil van ons middenklasse-denken dat 'iedereen ondertussen toch wel een computer heeft'. Uiteraard bestaan er internetcafés, bibliotheken met internet, OCR's (openbare computer ruimtes), allemaal bedoeld om de kloof te dichten (behalve de cafés dan, J ).


Het al dan niet hebben van toegang tot ICT, beïnvloedt nl ook de toegang tot informatie en daarmee samenhangend, het ontwikkelen van digitale vaardigheden of anders gezegd: digitale ongeletterdheid is een feit dat we niet mogen minimaliseren. Hier ligt natuurlijk ook een verantwoordelijkheid van de school, nl door het gebruik en vooral het stimuleren van het gebruik van ICT. Maar dit heeft ook een keerzijde: m.i. moet de school dan ook een serieuze inspanning doen om het nodige materiaal GRATIS ter beschikking te stellen van de leerlingen. Als een school ervoor kiest om met een ipad te werken, dan dient zij dit GRATIS ter beschikking te stellen van haar leerlingen.

Tot slot: hoe je het draait of keert, sociaal contact is essentieel en mag niet (volledig) vervangen worden door ICT. Interactie tussen leerlingen (bv peer tutoring), interactie tussen leerling en leerkracht (bv de leerkracht als rolmodel), de school die wordt gevormd door de interactie met de leerlingen, …. Dit alles is essentieel als de school haar leerlingen wil voorbereiden op het leven zelf: kwaliteitsvolle menselijke interactie. De leerkracht heeft toch wel een voorbeeldfunctie en afhankelijk van de persoon kan hij/zij een inspirerend voorbeeld zijn.

  


Hoe je het draait of keert, sociaal contact is essentieel en mag niet (volledig) vervangen worden door ICT. Interactie tussen leerlingen (bv peer tutoring), interactie tussen leerling en leerkracht (bv de leerkracht als rolmodel), de school die wordt gevormd door de interactie met de leerlingen, …. Dit alles is essentieel als de school haar leerlingen wil voorbereiden op het leven zelf: kwaliteitsvolle menselijke interactie.




1 opmerking:

  1. Opgepast met het middenklasse denken: ja, daar moeten we zeker aandacht voor hebben!

    BeantwoordenVerwijderen