donderdag 20 juni 2013

Kolbje Kolbje aan de wand, welke leerstijl past bij Ann?

Ik weet dat het te laat is, maar ik kan het gewoon niet laten: ik wil toch weten welke leerstijl ik heb. Dus heb ik op internet een testje gezocht (www.thesis.nl/thesis15)  en gedaan en, kijk kijk, ik ben een 'beslisser'! Ik dacht dat ik eerder een doener was, maar tiens tiens, ik blijk een beslisser te zijn. De uitleg bij 'beslisser' is in ieder geval zeer herkenbaar, (en ik ben er ook blij mee). 



E voila:
David Kolb onderscheidt vier gedragingen en vier bijhorende leerstijlen.
  • Doener, vertonen een combinatie van actief experimenteren en concreet ervaren. Ze hebben een voorkeur voor situaties waarin ze zo snel mogelijk aan de slag kunnen en leren het best wanneer er ruimte is voor oefenmomenten. De leerprocessen die doeners hanteren steunen vooral op gissen en missen.
  • Dromer, zij hebben een voorkeur voor concreet ervaren en reflectief observeren. Ze zoeken leersituaties op waarin zij zelf kunnen meemaken hoe iets in de praktijk uitpakt. Zij hebben de neiging problemen van alle kanten te bekijken en zien steeds weer nieuwe ingangen en oplossingen. Dromers leren heel snel via identificatie.
  • Denker, combineren het reflectief observeren en abstract conceptualiseren. Zij zijn het liefst bezig met het vertalen van observaties in hypothesen en theorieën. Ze kunnen goed redeneren en zijn graag intellectueel bezig. Ze werken graag zelfstandig om de gelegenheid te krijgen zelf eerst een beeld te vormen van de theorie.
  • Beslisser, zijn goed in en hebben een voorkeur voor abstract conceptualiseren en actief experimenteren. Zij gaan het liefst theorieën uitproberen in de praktijk en in experimenten. Ze nemen initiatief en durven experimenteren. Bij het hanteren van een probleem gaan zij deductief en probleemoplossend te werk. Ze functioneren optimaal als zij een leertaak kunnen beginnen met kennisname van duidelijk en beknopt geformuleerde regels en principe (mijn autistisch kantje :)), die zij dan in een oefensituatie kunnen verwerken. Yep, totally me!


(bron: wikipedia)

Interessant aan het artikel van wikipedia is dat het wordt gekoppeld aan vier leerstijlen van leerlingen in het onderwijs:
Jan Vermunt heeft onderzoek gedaan naar opvattingen en gedrag van studenten met betrekking tot hun leren. Uit dit onderzoek bleek dat de leer- en regulatie-activiteiten die studenten uitvoeren en de studie-opvattingen en -motieven die zij hebben zodanig met elkaar samenhangen, dat van vier leerstijlen kan worden gesproken: een betekenisgerichte, een reproductiegerichte, een toepassingsgerichte en een ongerichte leerstijl.
Studenten met een betekenisgerichte leerstijl zoeken naar verbanden in de studiestof, proberen zelf structuur aan te brengen en staan kritisch tegenover de te bestuderen stof (diepteverwerking). Ze bepalen zelf hoe ze leren en wat ze belangrijk vinden (zelfsturing). Ze zien studeren als het opbouwen van kennis en inzichten en studeren uit persoonlijke interesse. Slaats, Van der Sanden & Lodewijks (1996) vonden bij leerlingen uit het middelbaar beroepsonderwijs een vergelijkbare leerstijl, die zij 'constructieve' leerstijl noemen.
Studenten met een reproductiegerichte leerstijl leren de studiestof vaak uit hun hoofd, herhalen de stof veelvuldig en gaan gedetailleerd te werk (stapsgewijze verwerking). Daarnaast laten zij zich door het onderwijs sturen en zien ze studeren als het opnemen van kennis. Ze zijn gericht op het behalen van certificaten en het uittesten van eigen capaciteiten.
Studenten met een toepassingsgerichte leerstijl proberen datgene wat ze leren in de praktijk toe te passen (concrete verwerking). Ze zien studeren dan ook als het leren gebruiken van de kennis die men verwerft en zijn bij het studeren gericht op hun toekomstige beroep (beroepsgerichte leeroriëntatie).
Studenten met een ongerichte leerstijl vinden het moeilijk om hun eigen leren te sturen, maar hebben ook nauwelijks houvast aan de aanwijzingen in de studiestof of van docenten (stuurloze regulatiestrategie). Ze vinden dat het onderwijs stimulerend hoort te zijn en werken graag samen met medestudenten. Verder staan ze onzeker tegenover hun studie (ambivalente leeroriëntatie): ze twijfelen of ze goed genoeg zijn om de studie af te maken of ze vragen zich af of ze wel de goede studie hebben gekozen.
Voor lesgevers is het geen gemakkelijke taak om hun doceergedrag aan te passen aan de verschillende leerstijlen van hun studenten. (bron: wikipedia)
Nog wat achtergrondmateriaal over de leerstijlen van Kolb (ter informatie voor mezelf, om het later nog eens na te kijken):
Vier leerstijlen van Kolb 
In het voorgaande werd gesteld dat men zich het leerproces kan voorstellen als een cyclisch proces van vier fasen die idealiter altijd in dezelfde volgorde (maar niet altijd vanuit hetzelfde beginpunt) worden doorlopen. Mensen hebben echter voorkeuren voor bepaalde fasen uit die cyclus: ze beginnen bij voorkeur in één bepaalde fase of besteden er de meeste tijd aan. Een mathematicus bijvoorbeeld zal veel tijd besteden aan abstracte begripsvorming, terwijl een bedrijfsleider zich eerder zal richten op het in de praktijk toetsen van ideeën.
LeerstijlKernwoordenLeert het beste van...
Doener
Accomoderen
Wat is er nieuw? Ik ben in voor alles in.
  • directe ervaring, dingen doen
  • nieuwe ervaringen, het oplossen van problemen
  • in het diepe gegooid worden met een uitdagende taak
Bezinner
Divergeren
Ik wil hier graag even over nadenken
  • activiteiten waar ze de tijd krijgen/gestimuleerd worden (achteraf) na te denken over acties
  • als de mogelijkheid wordt geboden eerst na te denken en dan pas te doen
  • beslissingen nemen zonder limieten en tijdsduur
Denker
Assimileren
Hoe is dat met elkaar gerelateerd?
  • gestructureerde situaties met duidelijke doelstellingen (congressen, colleges, boeken)
  • als ze de tijd krijgen om relaties te kunnen leggen met kennis die ze al hebben
  • situaties waar ze intellectueel uitgedaagd worden
  • de kans krijgen vragen te stellen en de basismethodologie, logica etc. te achterhalen
  • theoretische concepten, modellen en systemen
Beslisser
Convergeren
Hoe kan ik dit toepassen in de praktijk?
    activiteiten waar:
  • een duidelijk verband is tussen leren en werken
  • ze zich kunnen richten op praktische zaken
  • ze technieken worden getoond met duidelijke praktische voorbeelden
  • ze de kans krijgen dingen uit te proberen en te oefenen onder begeleiding van een expert
Kolb ontdekte dat mensen geneigd zijn vooral die leerfase te ontwikkelen waar ze toch al 'sterk in zijn'. Hij pleitte er voor dat mensen ook aandacht zouden besteden aan manieren van leren waarin ze minder goed zijn. De leercyclus kan dan meer volledig en evenwichtig doorlopen worden, waarbij elke fase de aandacht krijgt die ze verdient. In een groep zorgt de diversiteit van bijdragen van de verschillende groepsleden er meestal voor dat dit het geval is.
In opleidingen lag het accent tot voor kort vooral op overdenking en theorievorming (dus: assimilerende leerstijl). Je leert hoe dingen samenhangen en hoe je ze in een theoretisch kader kunt zien. 
Aan de andere fasen van de leercyclus, experimenteren en ervaren (accomoderende leerstijl) werd meestal minder aandacht besteed. 
Door het jarenlang moeten werken volgens één bepaalde leerstijl verandert de eigen leerstijl. Daarom hebben veel studenten als gevolg van hun ervaringen op school en universiteit een overdenkende en theoretiserende leerstijl. 
Allround-leerders zijn mensen die alle vier de leerstijlen beheersen. Het leren beheersen van al deze leerstijlen is nu wat men vaak noemt 'leren te leren'.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten