vrijdag 11 oktober 2013

PAV en taal: Oprit 14

Over PAV en taal wil ik toch nog graag het volgende aanvullen, wegens gewoonweg heel interessant als je op de school aan de slag wil rond taalbeleid. Superinteressant!



Oprit 14: "Oprit 14 is een onderzoek naar de schoolloopbanen van jongeren in de tweede graad van het secundair onderwijs". Meer specifiek: "De school, jongeren, ouders en de buurt:  partners in de creatie van een optimale schoolcarrière. Jongeren met een immigratieachtergrond in de tweede graad van het secundair onderwijs in Vlaanderen (Antwerpen, Gent en Genk) met een bijzondere focus op Marokkaanse, Turkse, Poolse en Chinese jongeren. Kortweg: Oprit 14, naar een schooltraject zonder snelheidsbeperkingen!"
Bron: www.oprit14.be




Waarom vind ik dit zo goed: het is niet alleen een onderzoeksproject, het is méér. Het biedt een kader om rond taalbeleid actief aan de slag te gaan in je organisatie of school. De website www.viaoprit14.be geeft een heleboel tools om hiermee aan de slag te gaan, zowel voor de leerkrachten als voor de leerlingen. 

Voorbeelden:

Opwarmer

Wat?
Leerlingen denken na over het eigen beleid in de school.

Hoe?
  • Bekijk het filmpje of lees het artikel als opwarmer voor de discussie.
Sleutelvragen:
      • Gaan de school of leerkrachten op dezelfde manier met taal om?
      • Zijn er soortgelijke voorvallen op jouw school?
      • Denk even na: Wat zou je willen dat de school doet?
Enkele richtvragen:
      • Spreek je altijd Nederlands in de lessen? Gebruik je soms een andere taal om iets uit te leggen aan een klasgenoot, of om te overleggen?
      • Mag je een andere taal dan Nederlands spreken op de speelplaats? Weet je waarom wel of niet? Hoe reageert de school als je het niet doet? Vind je dat vervelend?
Mogelijke topics: taal op de speelplaats, taal in de klas …
Enkele richtvragen:
  • Spreek je altijd Nederlands in de lessen? Gebruik je soms een andere taal om iets uit te leggen aan een klasgenoot, of om te overleggen?
  • Mag je een andere taaln dan Nederlands spreken op de speelplaats? weet je waarom wel of niet? Hoe reageert de school als je het niet doet? Vind je dat vervelend?
Richtlijnen?
Liever uitspraken van leerlingen of leerkrachten ter inspiratie? 
Op de poll Taal (link:http://www.viaoprit14.be/leerling/denk-jij-ook-dat/taal)  vind je nog wat meer inspiratie voor de discussie. 
Vergelijk ook even met de criteria die je bij Wat denk ik over? (link: http://www.viaoprit14.be/leerling/oefeningen/taal-op-schoolopstelde. Hoe ver staat de situatie op jouw school hiervan af? Wat zou er moeten gebeuren?
Op een organigram (link: http://www.viaoprit14.be/methodieken/organigram) kan je nagaan wie je best aanspreekt om deze oefening uit te voeren. Dat kan de leerlingenraad zijn, maar bijvoorbeeld ook je klastitularis.

En nadien?
Je kan deze oefening als aanleiding gebruiken om verder te gaan op het beleid (link: http://www.viaoprit14.be/leerling/oefeningen/schoolfoto-taal-op-school) van je school.

Variant?
  • Enquête: Weten alle leerlingen wat de regels zijn in verband met het spreken van Nederlands of thuistaal. Via een enquête leg je al heel wat onduidelijkheden bloot.

Mag je op school je thuistaal spreken?                              ja       nee          ik weet het niet
Mag je op de speelplaats je thuistaal spreken?
Mag je tijdens de lessen je thuistaal spreken?
Word je gestraft wanneer je je thuistaal spreekt?

Ik haal er nog een oefening uit, nl die oefening die je als aanleiding kan gebruiken om verder te gaan op het beleid: 


Schoolfoto: taal op school

Wat?
Nadenken over eigen schoolbeleid: in vraag stellen van klas- en schoolpraktijk 
Hoe?
  • Probeer in kaart te brengen hoe school omgaat met taal. Welke taal moet je spreken? Mag je elke taal spreken? En zoja, overal en altijd? 
Bvb. Turks spreken op de speelplaats mag niet. Leerlingen krijgen straf
  • Eenmaal je alles hebt opgelijst, probeer je voor elke handeling of praktijk zijn tegenhanger te formuleren.
Bvb.  ‘Turks spreken op de speelplaats mag niet’ wordt ‘Turks spreken op de speelplaats mag wel.’ Bedenk ook eens wat tussenmogelijkheden. Bvb. ‘Turks spreken op de speelplaats mag enkel om verduidelijking bij een huistaak te geven bijvoorbeeld’. 
  • Bouw nu per beslissing, regel of handeling een scenario op. Bedenk alle mogelijke gevolgen van een beslissing, breng voor- en nadelen in kaart.
 +-
Turks spreken op de speelplaats mag niet.Alle leerlingen verstaan elkaar.Leerlingen doen dit niet bewust en voelen dit aan alsof ze zichzelf niet mogen zijn.
Turks spreken op de speelplaats mag wel.  
Turks spreken op de speelplaats mag enkel om verduidelijking bij een huistaak te geven bijvoorbeeld  

Richtlijnen?
Het antwoord op je vragen vind je vaak gewoon in je schoolreglement. De informatie uit de opwarmer geeft ook al wat info. Ontbreekt er nog informatie? Spreek bijvoorbeeld eens de leerlingenbegeleider of een ander geschikt persoon aan en vraag een kort interview.
Deze oefening neemt wat meer tijd in beslag dan een gewone brainstorm. Ga eens langs bij de leerlingenraad en vraag raad hoe ze jou kan ondersteunen wanneer je bijvoorbeeld het idee aan de directie wil voorleggen.
Je kan de oefening maken met enkele klasgenoten of met de hele klasgroep. Door vertegenwoordigers aan te stellen, kan je het werk verdelen.
Tip: probeer bij de oefening zelf al eens verschillende ‘brillen’ op te zetten. Sommige regels zijn bijvoorbeeld goed voor de leerlingen, maar nadelig voor de leerkrachten en omgekeerd. Probeer je in te leven in het standpunt van de leerkracht, directie, je ouders, …. Grijp ook even terug naar je criteria. En denk na: beantwoordt deze regel hieraan of niet? Is dit helemaal anders?
En nadien?
  • Na deze oefening kom je misschien tot het besluit dat je bepaalde regels wel logisch vindt maar enkele wijzigingen wil aanbrengen. Denk eens na wat anders zou moeten. Wat kan verbeteren? De methodiek van de 3 B’s (link: http://www.viaoprit14.be/methodieken/3-bskan je daarbij helpen.
  • Werk je nieuwe voorstellen uit, dan kan je ze voorstellen aan andere leerlingen of de hele school via bijvoorbeeld
      • een posterpresentatie (link:http://www.viaoprit14.be/methodieken/posterpresentatie)  : Je maakt visueel op een poster (via een tekening of schema) je voorstel duidelijk. De andere leerlingen kunnen via een posterbeurs hun voorkeursposter stemmen of er hun bedenkingen bijschrijven
      • een stemronde: Op de methodiekenpagina vind je tal van stemmethodieken bvb. stickerenren je rot, ...
      • Groene envelopmoment: In alle klassen wordt een groene envelop gelegd met een stelling of het voorstel op papier als inhoud. Per klas wordt in groep nagedacht over wat in de groene envelop zit. De klas schrijft bedenkingen en suggesties neer en stopt ze in de envelop. Wanneer je ze ophaalt, heb je op korte tijd meningen over alle klassen heen verzameld.

dinsdag 8 oktober 2013

Improvisatie sessie

Reflectie over Improcessie

Ik heb zojuist de ImproEncyclopedia.org gedownload: een schat aan informatie! Als iemand die ooit wil vertalen, just give a yell! 

De workshop was goed opgebouwd om de nodige veiligheid te creëren. Het enige nadeel was de veel te grote groep en het te warme (en te kleine) lokaal. De man van Improcessie wist duidelijk wat hij deed, hoe om te gaan met een groep, hoe een sessie op te bouwen, de juiste sfeer creëren, enz. 
Het was een plezier om te zien hoe mede-studenten zich volledig overgaven aan de opdracht :).



Ik vraag me natuurlijk wel af hoe ik dit kan gebruiken als leerkracht: als ijsbreker of opwarmer zeker en vast. Niet te veel, maar af en toe, in functie van een bepaald thema of als er met rollenspelen wordt gespeeld. 
Ook in improvisatie wordt men aangemoedigd om buiten de "lijntjes te kleuren", om buiten de gekende kaders te denken en vooral (onbewuste) associaties te maken die dan leiden tot onverwachte (en hilarische) reacties. En vooral dit lijkt me heel leuk om in een klassituatie te proberen: de leerlingen uit te dagen om buiten de geijkte kaders te denken en hun geest 'los te schudden alsof men een soort van mentale ochtendgymnastiek doet als een warming-up van het brein.En dan komen we heel dicht in de buurt van creatief denken (cfr Dirk de Boe).



Improvisatie kan ook een positieve sfeer creëren in de klas, een soort van verbondenheid, door het meemaken van een gemeenschappelijke ervaring. Groepsdynamisch is dit alvast een meerwaarde.
In de 'gevorderde' sessies moet er mee veiligheid zijn, omdat de kans op afgaan groter is omdat de oefeningen moeilijker zijn. Het is dus niet iets dat je doet tussen de soep en de patatten: als leerkracht moet je goed weten wanneer en hoe je een impro-oefening doet. 




donderdag 3 oktober 2013

Sessie 1 Vakdidactiek PAV schooljaar 2013-2014

Sessie 1 Vakdidactiek PAV schooljaar 2013-2014

Op basis van de sessie van Frederik tijdens het vorige schooljaar keek ik wel uit naar deze vakdidactische sessie. Alhoewel de sessie van vorig jaar bij momenten nogal chaotisch en 'op den bots' zijn verlopen, was deze sessie merkbaar genoeg goed voorbereid. Frederik had zelfs een leuke quiz gemaakt.

Het onderwerp was PAV en taalbeleid, een bijzonder boeiend onderwerp, te meer daar in een van mijn halftijdse functies taalbeleid in het (lager en secundair) onderwijs een belangrijk onderwerp is. Intercultureel Netwerk Gent biedt scholen ondersteuning in het zoeken en opmaken van een taalbeleid op maat. De nadruk ligt wel op de diversiteit van de leerlingen en de ouders, centraal staat het cliëntperspectief. De organisatie zelf (ING vzw) is in volle proces om een eigen taalbeleid te ontwikkelen. Vandaar dat ik deze sessie met meer dan normale belangstelling heb gevolgd.

ING vzw heeft de volgende publicatie ontwikkeld: "elke taal haar verhaal":
"Elke Taal haar verhaal is een handboek met uitgewerkte vormingsessies voor intermediairs waarmee zij aan de slag kunnen gaan met allochtone ouders.

Vanaf het schooljaar 2010-2011 moeten alle basisscholen in hun schoolreglement een engagementsverklaring opnemen die ouders moeten ondertekenen. Eén van de onderdelen is dat allochtone ouders zich moeten engageren om hun kinderen te stimuleren in het leren van Nederlands. Dit handboek is een hulpmiddel voor alle intermediairs (al dan niet onderwijsgebonden) die allochtone ouders hierin willen ondersteunen. Centraal in dit pakket staat de idee dat de thuistaal van de kinderen voldoende aandacht moet krijgen. Ouders worden ondersteund om hun kinderen taalvaardig te maken in hun thuistaal én in het Nederlands. Het belang van het kleuteronderwijs wordt benadrukt en ouders krijgen tips en adviezen om hun communicatie met de school te vergemakkelijken. " 
(bron: http://www.ingent.be/?menu=4&inhoud=elketaal)


Ik ben alvast niet teleurgesteld, meer nog, de inhoud is niet blijven hangen op het structurele niveau, maar ging heel concreet over hoe je als leerkracht PAV taal actief kan integreren in je lessen.

Frederik begon de sessie met de uitspraak dat 'iedere taal wordt beïnvloed door de cultuur en/of de context men opgroeit", een uitspraak waarmee ik het volledig eens ben. Maar ik denk hierbij vooral aan het TOPOI model van Hoffman, waarin Taal een belangrijke rol speelt. 



Via dit model worden verschillende perspectieven in kaart gebracht op basis van 5 aspecten die deel uit (kunnen) maken van een situatie:
1. Taal: hoe begrijp jij mij en ik jou? (verbaal & non-verbaal)
2. Ordening: hoe kijkt elk van ons naar de situatie?
3. Personen: hoe kijk jij naar mij en ik naar jou?
4. Organisatie: hoe verhouden de verschillende betrokkenen zich tegenover elkaar en
welke autoriteits- en verantwoordelijkheidsposities moeten gerespecteerd worden?
5. Inzet: wat zijn de motieven van de verschillende betrokken? Welke doelen willen ze
stellen doorheen hun gedrag?

In wat volgt zetten we het TOPOI model uiteen op basis van Hoffmans ‘Interculturele
gespreksvoering: theorie en praktijk van het TOPOI-model’ (2006) en vullen we dit aan met
voorbeelden uit het artikel ‘Waarom loopt je interculturele communicatie vast?’ uit Klasse voor
leraren (2001) (bron: http://www.diversiteitactie.be/sites/default/files/0.17.1.%20Bronnenkaart%20-%20Het%20TOPOI-model.pdf)



1. Taal: hoe begrijp jij mij en ik jou? (verbaal & non-verbaal)
Voorbeeld van verbale miscommunicatie: “Vandaag zetten we alle mama’s in het zonnetje”, kondigt
juf Tine vrolijk aan. Cinta barst in tranen uit: “Ik wil mijn mama niet in de zon zetten.” “Oei”, antwoordt juf, “ben je boos op mama?”

Wat loopt er mis? De juf en Cinta begrijpen elkaars woorden verkeerd. Cinta kent de uitdrukking niet, ze neemt de uitspraak letterlijk. In haar geboorteland Indonesië doe je je moeder absoluut geen plezier door haar in de vlakke zon te zetten.

Voorbeeld van non-verbale miscommunicatie: Jamal kwam voor de tweede keer in een week te laat op school. Hij gaf hiervoor telkens een reden op die niet geloofwaardig leek. De leraar besprak dit onder vier ogen met hem. Jamal keek de leraar daarbij niet aan. Voor de leraar was dit een bevestiging dat Jamal niet eerlijk was geweest. Jamal daarentegen bleef vasthouden aan de opgegeven redenen.

Wat loopt er mis? De leraar baseert zijn conclusies hier niet op feiten maar op de betekenis die hij zelf geeft aan het niet aankijken van Jamal. Voor de leraar betekent ‘niet aankijken’ niet respectvol en oneerlijk zijn: ‘Hij heeft vast iets te verbergen’. Voor Jamal is het ‘niet aankijken’ net een vorm van beleefdheid
waarmee de positie van de leraar erkent.

Wat kun je doen?
Tracht na te gaan wat de verschillende betrokkenen onder bepaalde concepten of vormen van non-verbale communicatie verstaan. Spreek hierbij vanuit de ik boodschap en beschrijf hoe je je voelt bij de communicatievormen van de gespreksvormen.
Breng de boodschap helder, gebruik eenvoudige taal. Schakel desnoods een tolk in.

2. Ordening: hoe kijkt elk van ons naar de situatie?
Voorbeeld van miscommunicatie: “In de klas is Joran een echt lastpak”, klaagt juffrouw Anaïs. “Maar
zijn moeder wil daar niet van weten, ze noemt haar zoon ‘gewoon een levendig kind’.”

Wat loopt er mis? De juf en de moeder van Joran hebben elk hun eigen kijk op de werkelijkheid. Ze willen dat de ander hetzelfde ziet.

Wat kun je doen?
Expliciteer ieders kijk op de kwestie: wat zie ik, wat zie jij, wat verwacht ik, wat verwacht jij?
Je hoeft niet akkoord te gaan, maar probeer elkaar te begrijpen. Zoek wat jullie gemeenschappelijk hebben en zet dit voorop.




3. Personen: hoe kijk jij naar mij en ik naar jou?
Voorbeeld van miscommunicatie: Een docente vroeg naar aanleiding van een bepaald thema met
betrekking tot religie aan één van haar studenten met Marokkaanse roots: ‘En hoe denken ze daar bij jullie over?’ De studente draait met haar ogen en weigert verder elke medewerking aan de les.

Wat loopt mis? De docente ziet de studente in de eerste plaats als een vertegenwoordigster van haar (etnisch-) culturele groep. De studente ziet zichzelf in de eerste plaats als een studente in plaats van als ‘Turkse’, ‘Islamitische’, …

Wat kun je doen?
Welke beelden, waarden, normen, opvattingen en betekenissen zorgen voor de manier waarop je zelf en de ander denkt? Probeer zoveel mogelijk neutraal te zijn – wees je bewust van je eigen waardeoordelen. Herleid de ander niet tot één kenmerk: allochtoon, vrouw, … .

Wat zegt de ander over zichzelf? Hoe spreekt hij/zij over zichzelf? Wat vertelt hij/zij over de manier waarop anderen hem bekijken? Onderzoek in welke rol de ander zichzelf plaatst en speel daarop in.

Welk beeld heeft de ander over jou? Klopt dit met de werkelijkheid? Vraag de ander hoe hij/zij de onderlinge relatie ervaart. Wat vind jij vanzelfsprekend? Wat vindt de andere vanzelfsprekend? Stel een alternatief relatiekader voor wanneer de ander jou in een ongepast hokje steekt.


4. Organisatie: hoe verhouden de verschillende betrokkenen zich tegenover elkaar en welke machtsverhoudingen moeten gerespecteerd worden?
Voorbeeld van miscommunicatie : Een leraar frustreert zich over het feit dat de ouders van Mafoud nooit naar het oudercontact komen. Hij begrijpt niet hoe ouders zo ongeïnteresseerd kunnen zijn in hun zoon. Wanneer hij de vader opbelt om hem hierover aan te spreken zegt deze dat de problemen die zich op school voordoen de verantwoordelijkheid zijn van de school.

Wat loopt mis? Uit latere gesprekken blijkt dat de ouders en de leraar verschillende verwachtingen hebben tegenover elkaar. Zo is de afwezigheid op oudercontacten en infovonden voor de ouders van Mafoud niet zozeer een vorm van desinteresse maar een uiting van respect tegenover de autoriteit en verantwoordelijkheid van de leraar. Daar tegenover proberen de ouders ook de problemen die ze thuis hebben af te schermen van de school, omdat ze dit als hun verantwoordelijkheid beschouwen en niet die van de leraar. “Jij het bloed, ik de beenderen”, zegt een Turks spreekwoord. Dit verwijst naar gescheiden verantwoordelijkheden. In de school moet de school haar verantwoordelijkheid nemen. Thuis doen de ouders dat (Intercultureel Netwerk vzw, 2004, p21).

Wat kun je doen?
Vraag na welke verwachtingen de andere heeft van jou of de school. Leg uit hoe wat jouw rol is of wat de gangbare verwachtingen, waarden en regelgevingen zijn binnen de schoolcontext.


5. Inzet: wat zijn de motieven van de verschillende betrokken? Welke doelen 
willen ze stellen doorheen hun gedrag? 
Voorbeeld van miscommunicatie: “Je bent een racist”, roept Ali naar de leraar Nederlands nadat hij slechte cijfers kreeg voor zijn spreekbeurt. De leraar antwoordt gepikeerd: “Doe niet zo flauw, je weet best dat ik geen racist ben.” Ali loopt boos weg.

Wat loopt mis? De leraar reageert alleen op de onterechte beschuldiging van Ali. Hij ziet de achterliggende boodschap niet. Waarom zegt Ali dit? Ali is teleurgesteld, hij had meer verwacht.

Wat kun je doen?
Achterhaal vanuit welke dieperliggende motieven iemand op een bepaalde manier reageert. Wat is er werkelijk gaande? Erken de zienswijze van de andere. Vraag naar de achtergrond van die mening.
Vraag verduidelijking als je iets niet begrijpt. Neem een geïnteresseerde houding aan.Wanneer iemand het moeilijk heeft om over gedachten en gevoelens te praten, probeer haar of hem dan eerst op zijn gemak te stellen. Hou je emoties onder controle en heb geen angst voor stiltes.



donderdag 20 juni 2013

Kolbje Kolbje aan de wand, welke leerstijl past bij Ann?

Ik weet dat het te laat is, maar ik kan het gewoon niet laten: ik wil toch weten welke leerstijl ik heb. Dus heb ik op internet een testje gezocht (www.thesis.nl/thesis15)  en gedaan en, kijk kijk, ik ben een 'beslisser'! Ik dacht dat ik eerder een doener was, maar tiens tiens, ik blijk een beslisser te zijn. De uitleg bij 'beslisser' is in ieder geval zeer herkenbaar, (en ik ben er ook blij mee). 



E voila:
David Kolb onderscheidt vier gedragingen en vier bijhorende leerstijlen.
  • Doener, vertonen een combinatie van actief experimenteren en concreet ervaren. Ze hebben een voorkeur voor situaties waarin ze zo snel mogelijk aan de slag kunnen en leren het best wanneer er ruimte is voor oefenmomenten. De leerprocessen die doeners hanteren steunen vooral op gissen en missen.
  • Dromer, zij hebben een voorkeur voor concreet ervaren en reflectief observeren. Ze zoeken leersituaties op waarin zij zelf kunnen meemaken hoe iets in de praktijk uitpakt. Zij hebben de neiging problemen van alle kanten te bekijken en zien steeds weer nieuwe ingangen en oplossingen. Dromers leren heel snel via identificatie.
  • Denker, combineren het reflectief observeren en abstract conceptualiseren. Zij zijn het liefst bezig met het vertalen van observaties in hypothesen en theorieën. Ze kunnen goed redeneren en zijn graag intellectueel bezig. Ze werken graag zelfstandig om de gelegenheid te krijgen zelf eerst een beeld te vormen van de theorie.
  • Beslisser, zijn goed in en hebben een voorkeur voor abstract conceptualiseren en actief experimenteren. Zij gaan het liefst theorieën uitproberen in de praktijk en in experimenten. Ze nemen initiatief en durven experimenteren. Bij het hanteren van een probleem gaan zij deductief en probleemoplossend te werk. Ze functioneren optimaal als zij een leertaak kunnen beginnen met kennisname van duidelijk en beknopt geformuleerde regels en principe (mijn autistisch kantje :)), die zij dan in een oefensituatie kunnen verwerken. Yep, totally me!


(bron: wikipedia)

Interessant aan het artikel van wikipedia is dat het wordt gekoppeld aan vier leerstijlen van leerlingen in het onderwijs:
Jan Vermunt heeft onderzoek gedaan naar opvattingen en gedrag van studenten met betrekking tot hun leren. Uit dit onderzoek bleek dat de leer- en regulatie-activiteiten die studenten uitvoeren en de studie-opvattingen en -motieven die zij hebben zodanig met elkaar samenhangen, dat van vier leerstijlen kan worden gesproken: een betekenisgerichte, een reproductiegerichte, een toepassingsgerichte en een ongerichte leerstijl.
Studenten met een betekenisgerichte leerstijl zoeken naar verbanden in de studiestof, proberen zelf structuur aan te brengen en staan kritisch tegenover de te bestuderen stof (diepteverwerking). Ze bepalen zelf hoe ze leren en wat ze belangrijk vinden (zelfsturing). Ze zien studeren als het opbouwen van kennis en inzichten en studeren uit persoonlijke interesse. Slaats, Van der Sanden & Lodewijks (1996) vonden bij leerlingen uit het middelbaar beroepsonderwijs een vergelijkbare leerstijl, die zij 'constructieve' leerstijl noemen.
Studenten met een reproductiegerichte leerstijl leren de studiestof vaak uit hun hoofd, herhalen de stof veelvuldig en gaan gedetailleerd te werk (stapsgewijze verwerking). Daarnaast laten zij zich door het onderwijs sturen en zien ze studeren als het opnemen van kennis. Ze zijn gericht op het behalen van certificaten en het uittesten van eigen capaciteiten.
Studenten met een toepassingsgerichte leerstijl proberen datgene wat ze leren in de praktijk toe te passen (concrete verwerking). Ze zien studeren dan ook als het leren gebruiken van de kennis die men verwerft en zijn bij het studeren gericht op hun toekomstige beroep (beroepsgerichte leeroriëntatie).
Studenten met een ongerichte leerstijl vinden het moeilijk om hun eigen leren te sturen, maar hebben ook nauwelijks houvast aan de aanwijzingen in de studiestof of van docenten (stuurloze regulatiestrategie). Ze vinden dat het onderwijs stimulerend hoort te zijn en werken graag samen met medestudenten. Verder staan ze onzeker tegenover hun studie (ambivalente leeroriëntatie): ze twijfelen of ze goed genoeg zijn om de studie af te maken of ze vragen zich af of ze wel de goede studie hebben gekozen.
Voor lesgevers is het geen gemakkelijke taak om hun doceergedrag aan te passen aan de verschillende leerstijlen van hun studenten. (bron: wikipedia)
Nog wat achtergrondmateriaal over de leerstijlen van Kolb (ter informatie voor mezelf, om het later nog eens na te kijken):
Vier leerstijlen van Kolb 
In het voorgaande werd gesteld dat men zich het leerproces kan voorstellen als een cyclisch proces van vier fasen die idealiter altijd in dezelfde volgorde (maar niet altijd vanuit hetzelfde beginpunt) worden doorlopen. Mensen hebben echter voorkeuren voor bepaalde fasen uit die cyclus: ze beginnen bij voorkeur in één bepaalde fase of besteden er de meeste tijd aan. Een mathematicus bijvoorbeeld zal veel tijd besteden aan abstracte begripsvorming, terwijl een bedrijfsleider zich eerder zal richten op het in de praktijk toetsen van ideeën.
LeerstijlKernwoordenLeert het beste van...
Doener
Accomoderen
Wat is er nieuw? Ik ben in voor alles in.
  • directe ervaring, dingen doen
  • nieuwe ervaringen, het oplossen van problemen
  • in het diepe gegooid worden met een uitdagende taak
Bezinner
Divergeren
Ik wil hier graag even over nadenken
  • activiteiten waar ze de tijd krijgen/gestimuleerd worden (achteraf) na te denken over acties
  • als de mogelijkheid wordt geboden eerst na te denken en dan pas te doen
  • beslissingen nemen zonder limieten en tijdsduur
Denker
Assimileren
Hoe is dat met elkaar gerelateerd?
  • gestructureerde situaties met duidelijke doelstellingen (congressen, colleges, boeken)
  • als ze de tijd krijgen om relaties te kunnen leggen met kennis die ze al hebben
  • situaties waar ze intellectueel uitgedaagd worden
  • de kans krijgen vragen te stellen en de basismethodologie, logica etc. te achterhalen
  • theoretische concepten, modellen en systemen
Beslisser
Convergeren
Hoe kan ik dit toepassen in de praktijk?
    activiteiten waar:
  • een duidelijk verband is tussen leren en werken
  • ze zich kunnen richten op praktische zaken
  • ze technieken worden getoond met duidelijke praktische voorbeelden
  • ze de kans krijgen dingen uit te proberen en te oefenen onder begeleiding van een expert
Kolb ontdekte dat mensen geneigd zijn vooral die leerfase te ontwikkelen waar ze toch al 'sterk in zijn'. Hij pleitte er voor dat mensen ook aandacht zouden besteden aan manieren van leren waarin ze minder goed zijn. De leercyclus kan dan meer volledig en evenwichtig doorlopen worden, waarbij elke fase de aandacht krijgt die ze verdient. In een groep zorgt de diversiteit van bijdragen van de verschillende groepsleden er meestal voor dat dit het geval is.
In opleidingen lag het accent tot voor kort vooral op overdenking en theorievorming (dus: assimilerende leerstijl). Je leert hoe dingen samenhangen en hoe je ze in een theoretisch kader kunt zien. 
Aan de andere fasen van de leercyclus, experimenteren en ervaren (accomoderende leerstijl) werd meestal minder aandacht besteed. 
Door het jarenlang moeten werken volgens één bepaalde leerstijl verandert de eigen leerstijl. Daarom hebben veel studenten als gevolg van hun ervaringen op school en universiteit een overdenkende en theoretiserende leerstijl. 
Allround-leerders zijn mensen die alle vier de leerstijlen beheersen. Het leren beheersen van al deze leerstijlen is nu wat men vaak noemt 'leren te leren'.

donderdag 6 juni 2013

Shock door Edushock!

Gisterenavond heb ik een inspirerende les gevolgd, gegeven door Dirk Deboe van Edushock (www.edushock.be) over creativiteit en breinvriendelijk leren :). Ja, je leest het goed: breinvriendelijk leren kan dus wel.

Met behulp van allerlei kleine oefeningetjes werd ons brein los gegooid om die delen te verkennen die we niet zo dikwijls gebruiken (ik ben vergeten welke hersenhelft het was ;)).

Het denken buiten de lijntjes hebben we letterlijk toegepast met deze welbekende oefening: 


Maar hoe was de oplossing nu al weer:



Inderdaad: buiten de lijntjes denken!

De volgende oefeningen zijn me ook bijgebleven: 
Opdracht: wat zou je doen met een extra paar ogen? Zoals iemand zei: ik stuur ze op vakantie, zodat ik altijd het gevoel heb op vakantie te zijn!

Opdracht: hoe kan je als leerkracht je leerlingen aanzetten tot actie? Dit doen we via een bruggetje: 

  1. denk aan een cijfer tussen 1 en 50: bv 43
  2. ga naar een lijst met woorden en zoek het woord dat bij 43 staat: bv snoep
  3. maak associaties op het woord snoep
  4. kies uit deze associaties manieren om de leerlingen tot actie aan te zetten
Als ik me niet vergis heeft Bram dit ook al eens gedaan in de les, maar het ging toen iets te snel om het op te pikken. 

Ook het gebruik van mindmaps blijkt een krachtig middel te zijn om creatief te denken, maar vooral ook om te visualiseren en te onthouden:




Het was erg inspirerend en heeft me eigenlijk direct geholpen om een onverwachte vorming tijdens een inspiratiemoment over armoede op een creatieve manier aan te pakken, haha. Ik voel me ondergedompeld in een creatief-denken-bad en wacht met angst op het moment dat dit weer opdroogt. Volgens Dirk Deboe kan je creatief denken leren, maar je moet oefenen, zoals met alles.
Het leuke is dat ik er goesting van heb gekregen om hiermee aan de slag te gaan, ook in mijn dagelijkse leven en job. Bv een ruimte inrichten die creativiteit en uitwisseling tussen collega's bevorderd met betrekking tot vorming. 



Als leerkracht zal me dit helpen bij het zoeken naar mogelijke wijzen van lesgeven en het motiveren en inspireren van leerlingen. 

Wat ik ook wil delen is het volgende als het gaat over inspireren: het is een TED filmpje: www.TED.com 

Simon Sinek: hoe grote leiders tot actie inspireren

Simon Sinek heeft een eenvoudig maar krachtig model om te komen tot inspirerend leiderschap dat begint met een 'gouden cirkel' en de vraag "Waarom?". Zijn voorbeelden bevatten Apple, Martin Luther King en de Wright Brothers -- en als tegenhanger Tivo, dat (tot een recente overwinning in de rechtbank die de waarde van de aandelen verdrievoudigde) leek te worstelen.
In 2009, Simon Sinek released the book "Start With Why" -- a synopsis of the theory he has begun using to teach others how to become effective leaders and inspire change.


Ook leerkrachten zijn een soort van leider – de titel kan evengoed zijn: hoe leerkrachten de leerlingen aanzetten tot actie. Vooral zijn theorie van de ‘golden circle’ heeft ervoor gezorgd dat we in onze organisatie externe boodschappen anders formuleren: we vertrekken vanuit een visie, vanuit waarom we iets willen doen (WHY), dan pas HOW we het willen doen en dan pas WHAT we doen. En … het werkt!



maandag 3 juni 2013

Eindreflectie: mondharmonica & active reviewing

Te weten dat je onwetend bent, is het begin van alle wijsheid (Viviane van Avalon)

Pfiew. Mondharmonica leren spelen ..  het leek allemaal eenvoudig, maar dat is het allerminst. Zoals ik al in de vorige reflectie heb geschreven moet je van alles tegelijk kunnen, maar vooral de ademhaling heb ik nog lang niet onder de knie: zuigen en blazen, vanuit het middenrif enz vergt echt nog oefening. Ik ben er nog lang niet. Wat ik wel heb ontdekt, is dat het leren van "vette blues" ritmes leuker is dan "altijd is kortjakje ziek".... Maar goed, dat stond ook al in de vorige reflectie.

Onlangs heb ik een vorming gevolgd over "active reviewing", een evaluatietheorie/methode van Peter Greenaway, die dicht aan sluit op de leercirkel van Kolb. Active reviewing wordt vooral gebruikt binnen het ervaringsleren (of experiential learning / learning by doing), waarbij er met de deelnemers een proces wordt afgelegd zodat het geëvalueerde/geleerde direct weer kan toegepast worden in een volgende activiteit. 

Deze methode wil ik nu toepassen om mijn leerproces mbt mondharmonica te bespreken. 

Reviewing gebeurt in 4 stappen:
1) Feiten: wat is er gebeurd - je baseren op feiten
2) Gevoelens: wat doet dat met jou? Hoe voel je je erbij?
3) Proces en vaststellingen: waarom is dit gebeurd?
4) Conclusies voor de toekomst: wat ga je hiermee doen?

Bij nader inzien sluit het reflecteren volgens de principes van Korthagen hier ook bij aan, er zijn toch enkele elementen die overeenkomen. 

E voila, we kunnen weer verder doen, zie.

Kostbaar is de wijsheid die door ervaring wordt verkregen (R. Ascham)
1) Feiten: wat is er gebeurd
  • Ik heb op internet instructiemateriaal en - filmpjes gezocht om me te helpen dit instrument te bespelen
  • Ik heb gebruik gemaakt van de filmpjes van Homesick.nl: harmonicatips en YouTube filmpjes, zoals vette bluesdeuntjes: http://www.youtube.com/watch?v=sFVDczfELMY
  • Kinderliedjes zijn te vinden op: http://www.homesick.nl/pdfs/diatonic-harmonica-tabs.pdf
  • Ik heb geoefend en ... geoefend, maar niet regelmatig genoeg, slechts af en toe, waardoor ik de ademhaling niet helemaal onder de knie heb

2) Gevoelens: wat doet dit met mij?
  • Een gevoel van frustratie en ongeduld: het gaat me niet snel genoeg. Ik merk te weinig vorderingen, alhoewel ik wéét dat dit aan mezelf te wijten is, wegens te weinig oefenen.
  • Een gevoel van trots als het me wel lukt om in 1 keer zonder fouten een liedje of deuntje te blazen
  • Een gevoel van enthousiasme als mijn omgeving positief reageert en geïnteresseerd is

3) Vaststellingen: waarom is dit gebeurd?
  • Sommigen vinden dat ik heel veel geduld heb. Het hangt er erg vanaf met wie en in welke omstandigheden. Mijn ongeduld zorgt er voor dat het voor mezelf soms moeilijk is om met voldoende aandacht en met voldoende rust de dingen in me op te nemen. 
  • Ik ben een leergierig mens en als een spons die kennis wil opzuigen en ervaringen opdoen. Ik ben erg gretig, misschien tè gretig. Soms ben ik te onbevangen en spring van het ene in het andere, waardoor ik soms diepgang misloop. Ik vrees dat het leven voor mij te kort is om alles te ontdekken wat ik wil ontdekken. 
  • Ik moet leren om te ver-langzamen. Misschien een tikje meer 'mindfulness' in mijn leven? Leren leven met aandacht? 

4) Conclusies voor de toekomst (als leerkracht): wat ga ik hiermee doen?
  • het leerproces van anderen (leerlingen) met mildheid benaderen: Rome is ook niet in 1 dag gebouwd.... Falen mag en kan.
  • de nodige tijd en aandacht besteden aan de opbouw van een leerproces, een combinatie van 'mindfulness' en 'prikkelen', aanmoedigen en doorgronden, stilstaan en doorgaan.
  • korte termijn-resultaten kunnen het ongeduld temperen en weer ruimte creëren voor nieuwe ervaringen

Tot slot wil ik het volgende citaat meegeven, gekregen van een leermeester(es) die me zeer dierbaar is en volgens wie dit me op het lijf is geschreven: "Als je bang bent, angst hebt om te falen, dan zeg ik: vooruit. Begin. Faal zo nodig. Krabbel overeind en begin opnieuw. Als je weer faalt, dan faal je maar. Wat dan nog, begin opnieuw. Niet het falen houdt ons tegen, maar de aarzeling opnieuw te beginnen. " (Pinkola Estes)



dinsdag 28 mei 2013

the perks of being a wallflower - mijn mening

ok, 'de belevenissen van een muurbloem" is uitgelezen, op naar 'mijn dinsdagen met Morrie". Wat vond ik ervan: hmmmm, gemengde gevoelens, maar ik behoor natuurlijk niet tot de doelgroep van het boek :). Niet slecht, het leest vlotjes, maar voor mij iets te langdradig, maar dan kan natuurlijk ook te maken hebben met mijn leeftijd :). Zeer Amerikaanse setting van het verhaal en heb eigenlijk geen idee of dit dan aansluiting kan vinden in de leefwereld van de jongeren voor wie het bedoeld is. Waarschijnlijk wel, als ik kijk naar al die Amerikaanse brol-reeksen op TV.

maandag 6 mei 2013

PAV Vakdidactiek

Interessante les vakdidactiek PAV achter de rug. De inhoud was origineel, een soort van opmaak van je eigen kompas: wie ben ik en waar wil ik naar toe. Goed om eens na te denken over je eigen doelen als leerkracht: wat wil ik er eigenlijk mee doen? Hoe zie ik mezelf als leerkracht?


                                         Hoe zie ik mezelf als leerkracht? 
inspireren, coachen

Een citaat op mijn lijf geschreven?
gras groeit niet door eraan te trekken: je moet er voor zorgen, genoeg voeding geven (water, zon), zorgen voor een goede omgeving (onkruid wieden, bemesten)

Hoe ga ik om met kritiek en feedback? Rustig nadenken over de feedback, wat betekent dit voor mij, ben ik ermee akkoord dan zal ik er direct iets mee doen


Wat was vroeger mijn favoriete speelgoed?
(Dit zegt iets over je persoonlijkheid.) Een boom: ik mocht van mijn vader niet in bomen klimmen omdat dit niets voor meisjes is. Tja, meer heb ik niet nodig om het wèl te doen :). En: kampen bouwen met de meiden uit de buurt.

Heb je onlangs iets ontdekt waar je beter in was dan dat je aanvankelijk dacht? Ik ontdek voortdurend dingen waarvan ik denk 'tiens, ik kan dat!", vooral op het technische vlak zoals een deurklink installeren, maar ook iemand coachen!

Had je vroeger een idool? mja, ik denk dan spontaan aan Carla Del Ponte, een straffe madam, die van 1999 tot 2007 hoofdaanklager van het Joegoslavie-tribunaal was en van 1999 tot 2003 idem bij het Rwanda-tribunaal. In 2007 heeft ze "uit vrije wil" haar toga aan de haak gehangen, maar was eigenlijk onder druk gezet om haar functie te stoppen wegens, denk ik, haar koppigheid in het blijven zoeken naar oorlogsmisdadigers uit ex-Joegoslavië, waarbij ze volgens mij te weinig rekening hield met alle diplomatieke en politieke spelletjes die er in die wereld moeten gespeeld worden, en heeft geleid tot haar 'vrijwillig' ontslag. Waarom zij: een koppige dame, die recht door zee op haar doel afgaat en dat doel is rechtvaardigheid. Daarom bewonder ik haar. 

Aan welk boek/Aan wat van literatuur of taal heb je iets overgehouden? 'the 7 habbits of highly effective people" van Franklin Covey - vertaald als: 7 eigenschappen van effectief leiderschap, wat ik persoonlijk een erg slechte vertaling is, want het gaat niet over leiderschap (management), maar wel over hoe je zelf je lezen zo effectief mogelijk in beheer houdt. Ook weer heel Amerikaans :). Maar! Interessante tips! 



Van de boeken die als tip werden meegegeven, heb ik alvast 'the perks of being a wallflower' gelezen - mijn commentaar: leest erg vlot (is dan ook voor young adults), erg Amerikaans, speelt zich ook af in een specieke persoonlijke context (misbruik). Verder denk ik: oh help! Was ik ook zo emotioneel toen ik 16 j was?? 



Wat betreft het boek: 'mijn dinsdagnamiddagen met Morrie' - dit is gereserveerd bij de bib en ik wacht in volle spanning, naar het schijnt is het erg goed.



Mijn dinsdagen met Morrie


















                                                          The Perkes of being a wallflower


















Opvoeden in de klas


















Coachen langs de zijlijn