woensdag 18 juni 2014

Poster Ann Hendriks: mijn visie op het leeraarschap


Olvi - les 5: in de mode 3

DCS

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER


Naam stagiair: Ann Hendriks
School: OLVI
Datum: 25/04/2014
Tijdstip: 8:30-9:20; 9:20-10:10
Doelgroep: 2KVV1
Klaslokaal: MAVO lokaal
Aantal leerlingen/cursisten: 9 à 10

Sterke punten uit DCO:
-          Gebruik van humor
-          Maak 1 A4 met overzicht van hele les
Werkpunten uit DCO:
-          Combinatie van verschillende media
-          Kiezen van het onderwerp en keuze methodieken
-          “the show must go on”, als ik de draad (van de les) verlies
Opmerkingen uit vorige stagelessen:
-          Werken aan het geven van duidelijke instructies
-          Werken met een llnbundel ipv losse blaadjes
-          Kort op de bal spelen door snel te reageren op reacties en acties van de lln
-          Link met dagelijkse leven er meer laten uitkomen
-          De les begint bij het in de rij staan op de speelplaats
-          Meer “schwung” in de les steken, o.m. door de keuze van methodieken
-          Ik ben de baas over de klas en dat duidelijk laten merken
-          Meer lesstructuur in les steken
Ik mag meer verwachten/eisen van de lln
De inhoud van de les meer aan elkaar praten en voortdurend linken leggen tussen de inhoud
Kordater optreden
De paginanummers van de bundel die wel behandelen op bord schrijven
Als de lln een andere taal spreken hierover een opmerking maken
Gebruik het bord iets meer: alles wat de lln moeten invullen, schrijf je mee op het bord
Probeer preventief in te spelen op ordeverstorend gedrag
Voorzie andere opdrachten voor de lln die al klaar zijn met de eerste opdracht

Lesonderwerp: In de mode 3: sprookjes en jeans
Situering en verantwoording van het onderwerp
Het is een bewuste keuze van de school om de bundels van Sherpa te volgen voor de lessen. De leerlingen hebben zelf aangegeven dat ze deze bundels aangenaam vinden met een duidelijke structuur. Na het thema ‘water’ volgt nu het thema ‘in de mode’. Het is de eerste keer dat de leerkracht dit thema behandelt in haar lessen omdat ze nog nooit zo ver is geraakt in het aantal thema’s dat per schooljaar wordt behandeld.

Waarom hoekenwerk:
De lln hebben de vorige lessen veel rondgelopen in de klas, terwijl dat niet de bedoeling was.  Daarnaast is het voor hen niet evident om in een groep samen te werken. Dit vergt vaardigheden die ze nog volop moeten ontdekken en leren.
Per 2 of 3 lukt hopelijk wel. Ik wil een les met voldoende beweging door dit zelf te organiseren dmv hoekenwerk. Ik wil een les met voldoende afwisseling om de motivatie en aandacht gaande te houden. Ik wil een rustige ontspannen les waarin de lln met voldoende veiligheid (kleine groepjes) opdrachten vervullen en bijleren over de niet letterlijke kant van kleren (sprookje en zegswijzen over broeken) en meer te weten komen over de populaire jeansbroeken (wat dagelijks deel uitmaakt van hun leefwereld). Ik had als ‘sprookje/verhaal’ graag ‘kruistocht in spijkerbroek’ als de rode draad in de les rond jeans + broek, maar de film is te moeilijk voor hen en bovendien in het Engels.

Beginsituatie:
             Onderwijsbehoeften van de leerlingen in groep :
Zo veel verschil is er niet tussen het publiek van de ene en de andere school. Het blijft een kleurrijke mix van etnisch-culturele achtergrond, precaire familiale omstandigheden en socio-economische achtergrond. Wat wel opvalt is dat 70% van de leerlingen van OLVI een andere etnisch-culturele achtergrond hebben en dat meer dan 50% het Nederlands niet als moedertaal heeft. Dat is behoorlijk veel .... Bovendien zijn de klassen gemengd: meer meisjes dan jongens. In Edugo ging het enkel over jongens. Het leerniveau is niet hoog. De klassen waar ik les zal geven, hebben het niveau van het 4de tot 5de lager onderwijs. Daar staat wel tegenover dat de maturiteit van de leerlingen wel op niveau is: ze zijn 'wereldwijs' genoeg :). De klas zit in een fase dat ze met elkaar overhoop liggen: er zijn heel wat onderlinge conflicten, en een aantal lln heeft een volgkaart.
Net zoals in Edugo heeft deze klas nood aan actieve werkvormen, voldoende afwisseling, laagdrempelige activiteiten:
             - instructie nodig die kort en duidelijk is - “less is more”
             - opdrachten of taken nodig die afwisselend zijn, regelmatig herhaald worden, laagdrempelig (herkenbaar)
             -  leeractiviteiten of materialen nodig die blijven boeien, de leerlingen uitdagen en blijven motiveren voor de les, maar uiteraard ook om iets te
                leren over het onderwerp, waarmee ze in hun dagelijkse leven worden geconfronteerd.
             - feedback nodig die ondersteunend, maar ook corrigerend is (inhoudelijk maar ook gedragsmatig);
             - groepsgenoten nodig die niet bang zijn om het goede voorbeeld te geven;
             - een leerkracht nodig die duidelijke grenzen stelt, ondersteunend maar ook kritisch kan zijn, creatief en vindingrijk, niet bang is om voor het
                BSO niet-evidente onderwerpen aan te pakken in de klas (bv een schrijver en zijn boeken)

             Individuele onderwijsbehoeften :
              De onderwijsbehoeften van leerlingen staan centraal.
              Probeer deze op een concrete, doelgerichte en positieve manier te formuleren.
              Volgende hulpzinnen kunnen helpen om beide rubrieken in te vullen :
             Deze klas/ deze leerling heeft :
o    Een duidelijke structuur in de les nodig
o    Duidelijkheid en grenzen nodig

             Situering leerplan: VVKSO (D/2011/7841/019)

             Leerplandoelstellingen:
Domein Tijd en ruimte:
1-       De lln kunnen onder begeleiding eenvoudige bronnen raadplegen.  (OD 13)
2-       De leerlingen ontwikkelen kritische zin bij het omgaan met informatie. (OD 16)
Domein maatschappelijk en ethisch bewustzijn
1-       De leerlingen oefenen zich in het respectvol omgaan met anderen.(OD 3)
2-       De lln kunnen verwoorden wat ze denken, voelen en doen in een concrete situatie en kunnen daar onder begeleiding op hun niveau over reflecteren  (OD5)
Domein organisatiebekwaamheid
1-       De lln kunnen individueel of in kleine groepen en onder begeleiding een taakverdeling en planning in de tijd opmaken voor een welomschreven opdracht. (OD 8)

VOETen
Context 3:
-          De lln kunnen een relatie opbouwen, onderhouden en beëindigen
-          De lln erkennen het bestaan van gezagsverhoudingen en het belang van gelijkwaardigheid, afspraken en regels in relaties
Context 7: socioculturele samenleving
-          De lln gaan constructief om met verschillen tussen mensen en levensopvattingen
Leren leren
-          Opvattingen over leren: 1; 2
-          Informatieverwerving: 5
-          Informatieverwerking: 7; 8; 9
-          Regulering van het leerproces: 11; 12;
ICT: /

Bronnen:
-          www.surfspin.be (zegswijzen en raadsels)
-          “De dertig mooiste verhalen van de sprookjesverteller”; Thé Tjong-Khing; Gottmer Uitgevers Groep ; ISBN 9789025748906
-          Sherpa bundel: in de mode pag 147-148









Lesverloop





T
I
M
I
N
G
Lesdoelstelling
Fase + Leerinhouden
Onderwijsleeractiviteiten
(organisatie, werkvormen, leermiddelen, didactische principes…)
Media
Evaluatie




opgelet: deze DS verschillen van de leerplanDS
+ formuleer altijd waarneembaar gedrag


= WAT

= HOE

Vergeet je mondelinge vragen niet op te schrijven
45
De lln kunnen de inhoud van de vorige les toepassen.
Herhalings- en motivatiefase
Verwerkingsfase:
De lln kunnen het geleerde van de vorige lessen toepassen in een ganzenspel.
Activiteits- en belangstellingsprincipe:
Ganzenbordspel
Twee groepen
Spelregels:
-         Het doel van het spel is om zo snel mogelijk het spel uit te spelen. In het spel zitten 20 vragen/opdrachten verwerkt. Deze hebben allemaal te maken met de reeds geziene materie.
-         De spelers gooien om de beurt met de dobbelsteen. Wie het hoogst aantal ogen gooit, mag beginnen met het spel.
-         Sommige cijfers hebben een vraag/opdracht, sommige cijfers hebben een speciale betekenis (bv 6 = ga verder naar 12, enz).
Nabespreking: onderwijsleergesprek
-          Lk stelt verdiepende vragen over de onderwerpen die aan bod zijn gekomen; focus ligt op wat de lln hebben geleerd.








Laptop en beamer

Ppt met spelregels

Materiaal ganzenbord X 2










Begrijpt iedereen het? Is iedereen mee? Zal ik het nog eens herhalen?

















Wie kan me vertellen waar de kilt wordt gedragen? Hoe heet de hoed die in Mexico wordt gedragen en beschermt tegen de zon? In welke tijd (cfr tijdsbalk) worden dierenhuiden als kleding gedragen om zich te beschermen tegen de koude? enz

5


pauze


5


Link leggen met hoekenwerk:
-          We hebben geleerd welke kleding in andere landen wordt gedragen. We weten dat vele kleren gemaakt zijn van katoen.
-          We gaan nu meer leren over welke rol kleren spelen in een sprookje.
-          We leren zegswijzen en uitdrukkingen kennen die te maken hebben met kleren.
-          We leren meer over hoe een jeansbroek wordt gemaakt in de fabriek
-          En we leren over de jeansbroek is ontstaan en door wie die is uitgevonden.  





Hoekenwerk – vier hoeken.
Afhankelijk van het aantal lln worden de opdrachten per 2 of 3 uitgevoerd.
Per hoek  10 min. Daarna wordt er doorgeschoven.
Groep 1 start in hoek 1, enz. Groep 1 schuift daarna door naar hoek 2, enz, tot alle hoeken aan de beurt zijn gekomen.  



10
De lln kunnen het sprookje begrijpen
Verwervingsfase: de lln verwerven inzicht in de betekenis van het sprookje
Activiteits- en motivatieprincipe
1.       De kleren van de keizer – sprookje over kleren
De lln lezen het sprookje en beantwoorden daarna vragen over de inhoud van het sprookje, maar ook over de betekenis ervan.

Waar gaat dit sprookje over?
Wat betekent het woord ‘ijdel’?
Waarom wil de keizer deze kleren hebben?
De eerste minister deed alsof hij de mooie kleren zag.
Maar er waren eigenlijk geen kleren. Waarom deed hij alsof?
Wat gebeurt er als het jongetje roept dat de keizer geen kleren aan heeft?
Welke les kunnen we hieruit leren?

10
De lln kunnen zegswijzen en uitdrukkingen verstaan.
Verwervingsfase:
De lln weten wat een uitdrukking is en weten dat er verschillende uitdrukkingen bestaan die verband houden met kleding.
Activiteits- en motivatieprincipe
2.       Zegswijzen en uitdrukkingen over broeken:
De lln krijgen een blaadje met zegswijzen over broeken. Ze moeten de juiste betekenis verbinden met de juiste uitdrukking


10
De lln kunnen het productieproces van een jeans ordenen.
Verwervingsfase:
De lln weten in welke stappen een jeansbroek tot stand komt in een fabriek.
Activiteits- en motivatieprincipe
3.       Filmpje over hoe een jeansbroek wordt gemaakt:
De lln kijken eerst naar een filmpje over hoe een jeansbroek wordt gemaakt in de fabriek. Daarna krijgen ze een blad met de verschillende stappen in foto’s. Deze foto’s moeten ze in de juiste volgorde nummeren.


10
De lln kunnen het ontstaan van de jeansbroek in eigen woorden vertellen.
Verwervingsfase:
De lln beseffen dat de jeansbroek een oorsprong heeft in de Amerikaanse geschiedenis. Achter een jeansbroek gaat meer schuil dan een leuke broek.  
Activiteits- en motivatieprincipe
4.       De geschiedenis van de jeans p 147-148
De lln krijgen een tekst (cfr sherpa bundel) over de geschiedenis van jeans en de oorsprong van de naam jeans. Op basis van de tekst vullen ze vragen in.


5
De lln kunnen het eigen (hoeken)werk verbeteren
Verwerkingsfase:
De lln luisteren naar elkaar en verbeteren het eigen werk
Herhaling: de oplossingen worden klassikaal overlopen





Bordschema

Agenda: In de mode: sprookjes, zegswijzen en jeans












Nummers van de pagina’s:






Bijlagen
(stop hier al je lesdocumenten bij)
-          Materiaal ganzenbordspel
-          Sprookje de kleren van de keizer
-          Zegswijzen en uitdrukkingen over ‘broek’
-          Zegswijzen en uitdrukkingen over ‘kleding’
-          Werkblad jeans
-          Foto’s productieproces jeansbroek