woensdag 18 juni 2014

Olvi - les 1 & 2: in de mode 1

DCS

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER


Naam stagiair: Ann Hendriks
School: OLVI
Datum: 14/03/2014
Tijdstip: 8:30-9:20; 9:20-10:10
Doelgroep: 2KVV1
Klaslokaal:
Aantal leerlingen/cursisten: 9 à 10

Sterke punten uit DCO:
-          Gebruik van humor
-          Maak 1 A4 met overzicht van hele les
Werkpunten uit DCO:
-          Combinatie van verschillende media
-          Kiezen van het onderwerp en keuze methodieken
-          “the show must go on”, als ik de draad (van de les) verlies
Opmerkingen uit vorige stagelessen:
-          Werken aan het geven van duidelijke instructies
-          Werken met een llnbundel ipv losse blaadjes
-          Kort op de bal spelen door snel te reageren op reacties en acties van de lln
-          Link met dagelijkse leven er meer laten uitkomen
-          De les begint bij het in de rij staan op de speelplaats
-          Meer “schwung” in de les steken, o.m. door de keuze van methodieken
-          Ik ben de baas over de klas en dat duidelijk laten merken
-          Meer lesstructuur in les steken
Ik mag meer verwachten/eisen van de lln


Lesonderwerp: In de mode
Situering en verantwoording van het onderwerp

Beginsituatie: ik wil dit ‘finetunen’ na de eerste les met de klas. Voorlopig is het dit:
     Onderwijsbehoeften van de leerlingen in groep :
Zo veel verschil is er niet tussen het publiek van de ene en de andere school. Het blijft een kleurrijke mix van etnisch-culturele achtergrond, precaire familiale omstandigheden en socio-economische achtergrond. Wat wel opvalt is dat 70% van de leerlingen van OLVI een andere etnisch-culturele achtergrond hebben en dat meer dan 50% het Nederlands niet als moedertaal heeft. Dat is behoorlijk veel .... Bovendien zijn de klassen gemengd: meer meisjes dan jongens. In Edugo ging het enkel over jongens. Het leerniveau is niet hoog. De klassen waar ik les zal geven, hebben het niveau van het 4de tot 5de lager onderwijs. Daar staat wel tegenover dat de maturiteit van de leerlingen wel op niveau is: ze zijn 'wereldwijs' genoeg :).
Net zoals in Edugo heeft deze klas nood aan actieve werkvormen, voldoende afwisseling, laagdrempelige activiteiten:
             - instructie nodig die kort en duidelijk is - “less is more”
             - opdrachten of taken nodig die afwisselend zijn, regelmatig herhaald worden, laagdrempelig (herkenbaar)
             -  leeractiviteiten of materialen nodig die blijven boeien, de leerlingen uitdagen en blijven motiveren voor de les, maar uiteraard ook om iets te
                leren over het onderwerp, waarmee ze in hun dagelijkse leven worden geconfronteerd.
             - feedback nodig die ondersteunend, maar ook corrigerend is (inhoudelijk maar ook gedragsmatig);
             - groepsgenoten nodig die niet bang zijn om het goede voorbeeld te geven;
             - een leerkracht nodig die duidelijke grenzen stelt, ondersteunend maar ook kritisch kan zijn, creatief en vindingrijk, niet bang is om voor het
                BSO niet-evidente onderwerpen aan te pakken in de klas (bv een schrijver en zijn boeken)


     Individuele onderwijsbehoeften :
De onderwijsbehoeften van leerlingen staan centraal.
Probeer deze op een concrete, doelgerichte en positieve manier te formuleren.
Volgende hulpzinnen kunnen helpen om beide rubrieken in te vullen :
Deze klas/ deze leerling heeft :
-

     Verantwoording van het onderwerp: In OLVI volgen ze bundels van SHERPA. Het thema ‘water’ is ongeveer afgehandeld. Ik start met een nieuw thema, nl ‘in de mode’.
     Situering leerplan: VVKSO (D/2011/7841/019)
     Leerplandoelstellingen:
Domein Tijd en ruimte:
1-       De lln kunnen figuren en gebeurtenissen die belangrijk zijn bij het onderwerp op een gegeven tijdsband plaatsen (OD 12)
2-       De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden verschillen aantonen tussen het dagelijks leven van jongeren uit een andere tijd en plaats met hun eigen leven (OD 14)
3-       De lln kunnen adhv eenvoudige bronnen het dagelijkse leven van mensen uit een andere tijd vergelijken met hun eigen leven en daar onder begeleiding conclusies uit trekken (OD 15)
4-       De leerlingen kunnen op een kaart van Vlaanderen, België of op een kaart van andere bestudeerde gebieden belangrijke plaatsen situeren die zinvol zijn bij het onderwerp, het thema of project. (OD 19 en 25)
Domein maatschappelijk en ethisch bewustzijn
1-       De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden verschillen tussen sociale en culturele groepen uit hun eigen leefomgeving illustreren. (OD 2)
2-       De leerlingen oefenen zich in het respectvol omgaan met anderen.(OD 3)
3-       De lln leren rekening houden met andere opvattingen en leren een mening vormen obv argumenten (0D7)

VOETen
Context 3:
-          De lln kunnen een relatie opbouwen, onderhouden en beeindigen
-          De lln erkennen het bestaan van gezagsverhoudingen en het belang van gelijkwaardigheid, afspraken en regels in relaties
Context 7: socioculturele samenleving
-          De lln gaan constructief om met verschillen tussen mensen en levensopvattingen
Leren leren
-          Opvattingen over leren: 1; 2
-          Informatieverwerving: 5
-          Informatieverwerking: 7; 8; 9
-          Regulering van het leerproces: 11; 12;
ICT: /

Bronnen:
-          Sherpa bundel: in de mode









Lesverloop





T
I
M
I
N
G
Lesdoelstelling
Fase + Leerinhouden
Onderwijsleeractiviteiten
(organisatie, werkvormen, leermiddelen, didactische principes…)
Media
Evaluatie




opgelet: deze DS verschillen van de leerplanDS
+ formuleer altijd waarneembaar gedrag


= WAT

= HOE

Vergeet je mondelinge vragen niet op te schrijven
10



Inleiding: voorstelling lk; oriëntatiefase: voorstelling lessenreeks “in de mode”
Onderwijsleergesprek – klassikaal: voorstelling lk adhv mijn lievelingskledingstuk: schoen – waarom schoen?
(tip van de schoen: werk – waar ik ieder dag naar toe ga; de hak waar ik op steun is mijn gezin)
Voorstelling lln adhv hun lievelingskledingstuk: naam + waarom is dit je lievelingskledingstuk
Voorstelling lessenreeks = agenda: in de mode: kleding in het buitenland
Bord:
Zie doc
Je mag je jezelf voorstellen: wat is je naam en wat is je lievelingskledingstuk. En waarom is dit je lievelings- kledingstuk?

Tot: 25

5 min uitleg
(3 x 5min)
5 min  klassikaal verbeteren

De lln kunnen kleding benoemen en duiden.
Motivatiefase: kledingstukken overlopen

Verwervingsfase: de lln leren verschillende soorten kledij kennen en hun betekenis


Verwerkingsfase: door middel van het invullen van vragen, verwerken de lln de informatie uit de infofiche
Aanschouwelijkheids- en activiteitsprincipe
Onderwijsleergesprek
1)       De groep is verdeeld  in kleine groepjes (3 groepen van 3 lln, afhankelijk van het aantal aanwezigen)
2)       Er hangen allerlei kledingstukken op in de klas, vanuit verschillende culturen of tijdperken (Sari – India; abaya zwart kleed uit Qatar; kimono uit Japan).
3)       Ieder groepje krijgt een infofiche van het desbetreffende kledingstuk en een vragenlijst.
4)       Vragen: zie hiernaast
5)       Ieder groepje krijgt 5 min om de vragen te beantwoorden en dan schuift het groepje door naar het volgende kleed.
6)       De antwoorden worden klassikaal overlopen







Kledij
Infofiche per kleding-stuk
+ vragen








Vragen als:
·       Uit welke land is dit kledingstuk afkomstig?
·       Van welke stof is het gemaakt?
·       Wat is de naam van het kledingstuk ? (kimono, sari, abaya)

Tot: 10 min

5


2





5



10








(einde eerste lesuur)
De lln kunnen inzien dat kledij en herkomst verbonden zijn met de prijs van het artikel
Verwervingsfase: lln leren om de herkomst aan te duiden op een wereldkaart













Verwerkingsfase: de informatie uit de verwervingsfase wordt nu verwerkt in een gesprek over de achterliggende redenen van herkomst van kledij in lage loon-landen
Waar komt  onze kleding vandaan?
Oefening                                          pag 144
1)       Klassikaal overlopen & individueel invullen
2)       Individueel: bekijk de volgende kledinglabels. Omcirkel het land waar het kledingstuk gemaakt is. Duid deze landen aan op een wereldkaart -> invullen op de wereldkaart pag 145 + met behulp van een atlas
3)       Neem een kijkje in je eigen kledij: waar is die van afkomstig? Duid ook dit aan op de wereldkaart. Als het nodig is, mag je hulp van je buurvrouw/-man vragen
Klasgesprek:
1)       Spelregels uitleggen: Iedere lln krijgt 3 spreekkaartjes – dwz dat iedere lln 3x mag spreken, dus ze moeten goed overwogen een inbreng doen. Niet door elkaar roepen. Luister goed naar elkaars mening.
2)       Vragen: zie hiernaast
llnbundel

kopies van oplossingen


landen opzoeken mbv een atlas
dan pas op wereldkaart schrijven




Spelregels op bord schrijven












Neem een kijkje in je eigen kledij: waar is die van afkomstig?









·       Waar worden de meeste kledingstukken gemaakt?
·       Hoe komt dat?
·       Waarom in die landen?
·        Wat vind je daarvan?


Tot: 15 min

5



5





5
De lln kunnen begrijpen waarom men bepaalde kledij draagt.







De lln kunnen de kledij plaatsen in de wereld


Verwervingsfase: kledij heeft in landen verschillende functies, meer dan enkel het dragen ervan








Verwervingsfase: de kledij is afkomstig uit verschillende landen gesitueerd op de wereldkaart. De lln krijgen inzicht in de verschillende verhoudingen van de wereldkaart.
Kleding in het buitenland                p 149

Filmpje: van sari tot hippe jeans (4:19)
Is inleiding tot volgende oefening

Wereldreis – deel 1
-          Individueel: lees omschrijving en zoek de passende afbeelding +WAAROM men deze kledij draagt: folkore, klimaat, geloof
-          Verbeter klassikaal

Wereldreis – deel 2
-          Per twee: plaats de nummers van de tekst op de juiste plaats op de wereldkaart pag  145
-          Klassikaal overlopen van oplossing


Laptop, beamer, internet

Llnbundel

Zie oplossings-bundel


idem


Tot: 15 min

5




2







8
De lln kunnen inzicht verwerven in de eigen motieven.
Verwervingsfase: invullen enquête is soort van zelfonderzoek




Verwerkingsfase: obv het zelfonderzoek wordt er overgegaan tot een verdieping door gefundeerde mening te geven over het kiezen van kleding
Hoe kiezen wij onze kleding?          p 144
Instructie:
persoonlijke enquête
Ø  Vraag per vraag wordt de enquête overlopen en kunnen de lln individueel de enquête invullen
Klasgesprek – onderwerp: hoe kies jij je kleding?
3)       Spelregels uitleggen: Iedere lln krijgt 3 spreekkaartjes – dwz dat iedere lln 3x mag spreken, dus ze moeten goed overwogen een inbreng doen. Niet door elkaar roepen. Luister goed naar elkaars mening.
4)       Lk stelt een aantal vragen:
Llnbundel






-Spelregels op bord schrijven
-3 spreek-kaartjes per lln


















·       Door wie of wat laat je je beïnvloeden bij je keuze: je leeftijdsgenoten, je vrienden, je familie, wat er in de mode is, wat er in de tijdschriften staat, tv, je budget, je goesting, …?
·       Waarom, wat is de reden hiervoor?
·       Wie vindt het belangrijk om de modetrends te volgen?
·       Waarom wil je de modetrends volgen?
·       Is dit belangrijk?
·       Wat doen je vrienden/vriendin nen?
Tot: 7 min
5


2
De lln kunnen symbolen begrijpen
Verwervingsfase
Je kleding begrijpen                       p 146
Oefening - individueel: begrijp je alle symbolen op onderstaande kledinglabel? Schrijf de uitleg erbij.
Oefening: klassikaal overlopen van oplossing

Zie oplossings-bundel


Tot: 6 min
5


1


Tot: 7 min
5


2

(einde 2 de lesuur)
De lln kunnen symbolen begrijpen
Verwerkings- en herhalingsfase
Aangekleed                                   p 151
1)       Oefening – individueel: bekijk het volgende kledinglabel en los de vragen op
Oefening – klassikaal overlopen van oplossing

2)       Oefening – per twee: teken een kledinglabel over van een kledingstuk dat je aan hebt. Verklaar alle symbolen
Oefening – klassikaal overlopen van oplossing
Zie oplossings- bundel




Zie oplossings- bundel







Bordschema

Agenda: In de mode: kledij in het buitenland












Nummers van de pagina’s:
-          144
-          149
-          144
-          146
-          151
Spelregels:
-          Iedere lln krijgt 3 kaartjes op te spreken
-          Per kaartje mag je 1 keer spreken
-          Denk dus goed na over wat je gaat zeggen en wanneer
-          Laat de ander uitspreken
-          Luister naar elkaar
-          Niet door elkaar spreken
-          Niet roepen





Bijlagen
(stop hier al je lesdocumenten bij)
-          Kimono fiche
-          Sari fiche
-          Abaya fiche
-          Verbeterblad wereldkaart
-          Verbeterblad raster

Geen opmerkingen:

Een reactie posten