|
DCS
LESVOORBEREIDINGSFORMULIER
|
|
Naam stagiair: Ann Hendriks
|
|
School: OLVI
Datum: 14/03/2014
Tijdstip: 8:30-9:20; 9:20-10:10
Doelgroep: 2KVV1
Klaslokaal:
Aantal leerlingen/cursisten: 9 à 10
Sterke punten
uit DCO:
- Gebruik van humor
- Maak 1 A4 met overzicht van hele les
Werkpunten uit
DCO:
- Combinatie van verschillende media
- Kiezen van het onderwerp en keuze methodieken
- “the show must go on”, als ik de draad (van de
les) verlies
Opmerkingen uit
vorige stagelessen:
- Werken aan het geven van duidelijke
instructies
- Werken met een llnbundel ipv losse blaadjes
- Kort op de bal spelen door snel te reageren op
reacties en acties van de lln
- Link met dagelijkse leven er meer laten
uitkomen
- De les begint bij het in de rij staan op de
speelplaats
- Meer “schwung” in de les steken, o.m. door de
keuze van methodieken
- Ik ben de baas over de klas en dat duidelijk
laten merken
- Meer lesstructuur in les steken
Ik mag meer verwachten/eisen van de lln
|
|
Lesonderwerp: In de mode
|
|
Situering en verantwoording van het onderwerp
Beginsituatie: ik wil dit ‘finetunen’ na de eerste les met de klas.
Voorlopig is het dit:
●
Onderwijsbehoeften van de
leerlingen in groep :
Zo veel verschil is er niet tussen het publiek van de ene en de andere school. Het blijft een kleurrijke mix van etnisch-culturele achtergrond, precaire familiale omstandigheden en socio-economische achtergrond. Wat wel opvalt is dat 70% van de leerlingen van OLVI een andere etnisch-culturele achtergrond hebben en dat meer dan 50% het Nederlands niet als moedertaal heeft. Dat is behoorlijk veel .... Bovendien zijn de klassen gemengd: meer meisjes dan jongens. In Edugo ging het enkel over jongens. Het leerniveau is niet hoog. De klassen waar ik les zal geven, hebben het niveau van het 4de tot 5de lager onderwijs. Daar staat wel tegenover dat de maturiteit van de leerlingen wel op niveau is: ze zijn 'wereldwijs' genoeg :).
Net
zoals in Edugo heeft deze klas nood aan actieve werkvormen, voldoende
afwisseling, laagdrempelige activiteiten:
- instructie nodig
die kort en duidelijk is - “less is more”
- opdrachten of taken nodig die afwisselend zijn, regelmatig herhaald worden, laagdrempelig (herkenbaar)
- leeractiviteiten of materialen nodig die blijven boeien, de leerlingen
uitdagen en blijven motiveren voor de les, maar uiteraard ook om iets te
leren over het onderwerp,
waarmee ze in hun dagelijkse leven worden geconfronteerd.
- feedback nodig die ondersteunend, maar ook corrigerend is (inhoudelijk maar ook gedragsmatig); - groepsgenoten nodig die niet bang zijn om het goede voorbeeld te geven; - een leerkracht nodig die duidelijke grenzen stelt, ondersteunend maar ook kritisch kan zijn, creatief en vindingrijk, niet bang is om voor het
BSO niet-evidente onderwerpen
aan te pakken in de klas (bv een schrijver en zijn boeken)
●
Individuele
onderwijsbehoeften :
De onderwijsbehoeften van leerlingen staan centraal. Probeer deze op een concrete, doelgerichte en positieve manier te formuleren. Volgende hulpzinnen kunnen helpen om beide rubrieken in te vullen : Deze klas/ deze leerling heeft : -
●
Verantwoording van het
onderwerp: In OLVI volgen ze bundels van SHERPA. Het thema ‘water’ is
ongeveer afgehandeld. Ik start met een nieuw thema, nl ‘in de mode’.
●
Situering leerplan: VVKSO (D/2011/7841/019)
●
Leerplandoelstellingen:
Domein Tijd
en ruimte:
1- De lln kunnen figuren en gebeurtenissen die
belangrijk zijn bij het onderwerp op een gegeven tijdsband plaatsen (OD 12)
2- De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden
verschillen aantonen tussen het dagelijks leven van jongeren uit een andere
tijd en plaats met hun eigen leven (OD 14)
3- De lln kunnen adhv eenvoudige bronnen het dagelijkse
leven van mensen uit een andere tijd vergelijken met hun eigen leven en daar
onder begeleiding conclusies uit trekken (OD 15)
4- De leerlingen kunnen op een kaart van Vlaanderen,
België of op een kaart van andere bestudeerde gebieden belangrijke plaatsen
situeren die zinvol zijn bij het onderwerp, het thema of project. (OD 19 en
25)
Domein maatschappelijk en
ethisch bewustzijn
1- De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden
verschillen tussen sociale en culturele groepen uit hun eigen leefomgeving
illustreren. (OD 2)
2- De leerlingen oefenen zich in het respectvol omgaan
met anderen.(OD 3)
3- De lln leren rekening houden met andere opvattingen
en leren een mening vormen obv argumenten (0D7)
VOETen
Context 3:
-
De lln kunnen
een relatie opbouwen, onderhouden en beeindigen
-
De lln erkennen
het bestaan van gezagsverhoudingen en het belang van gelijkwaardigheid,
afspraken en regels in relaties
Context 7: socioculturele
samenleving
-
De lln gaan
constructief om met verschillen tussen mensen en levensopvattingen
Leren leren
-
Opvattingen
over leren: 1; 2
-
Informatieverwerving:
5
-
Informatieverwerking:
7; 8; 9
-
Regulering van
het leerproces: 11; 12;
ICT: /
|
|
Bronnen:
|
|
-
Sherpa bundel:
in de mode
|
|
Lesverloop
|
|
|
|
|
|
|
T
I
M
I
N
G
|
Lesdoelstelling
|
Fase + Leerinhouden
|
Onderwijsleeractiviteiten
(organisatie, werkvormen,
leermiddelen, didactische principes…)
|
Media
|
Evaluatie
|
|
|
opgelet: deze DS verschillen van de
leerplanDS
+ formuleer altijd waarneembaar
gedrag
|
= WAT
|
=
HOE
|
|
Vergeet je mondelinge vragen niet
op te schrijven
|
|
10
|
|
Inleiding:
voorstelling lk; oriëntatiefase: voorstelling lessenreeks “in de mode”
|
Onderwijsleergesprek – klassikaal: voorstelling
lk adhv mijn lievelingskledingstuk: schoen – waarom schoen?
(tip van de schoen: werk – waar ik ieder dag naar toe ga; de hak waar
ik op steun is mijn gezin)
Voorstelling lln adhv hun lievelingskledingstuk: naam + waarom is
dit je lievelingskledingstuk
Voorstelling lessenreeks = agenda: in de mode: kleding in het buitenland
|
Bord:
Zie
doc
|
Je
mag je jezelf voorstellen: wat is je naam en wat is je lievelingskledingstuk.
En waarom is dit je lievelings- kledingstuk?
|
|
Tot: 25
5 min uitleg
(3 x 5min)
5 min klassikaal verbeteren
|
De
lln kunnen kleding benoemen en duiden.
|
Motivatiefase: kledingstukken overlopen
Verwervingsfase: de lln leren verschillende soorten kledij kennen en hun betekenis
Verwerkingsfase: door middel van het invullen van vragen, verwerken de lln de
informatie uit de infofiche
|
Aanschouwelijkheids- en
activiteitsprincipe
Onderwijsleergesprek –
1) De groep is verdeeld in kleine
groepjes (3 groepen van 3 lln,
afhankelijk van het aantal aanwezigen)
2) Er hangen allerlei kledingstukken op in de klas, vanuit verschillende culturen of
tijdperken (Sari – India; abaya zwart kleed uit Qatar; kimono uit Japan).
3) Ieder groepje krijgt een infofiche van het desbetreffende kledingstuk en een vragenlijst.
4) Vragen: zie hiernaast
5) Ieder groepje krijgt 5 min om de vragen te
beantwoorden en dan
schuift het groepje door naar het volgende kleed.
6) De antwoorden worden klassikaal overlopen
|
Kledij
Infofiche
per kleding-stuk
+
vragen
|
Vragen als:
·
Uit welke land
is dit kledingstuk afkomstig?
·
Van welke stof
is het gemaakt?
·
Wat is de naam
van het kledingstuk ? (kimono, sari, abaya)
|
|
Tot: 10 min
5
2
5
10
(einde eerste lesuur)
|
De
lln kunnen inzien dat kledij en herkomst verbonden zijn met de prijs van het
artikel
|
Verwervingsfase: lln leren om de herkomst aan te duiden op een
wereldkaart
Verwerkingsfase: de informatie uit de verwervingsfase wordt nu
verwerkt in een gesprek over de achterliggende redenen van herkomst van
kledij in lage loon-landen
|
Waar komt
onze kleding vandaan?
Oefening pag
144
1) Klassikaal overlopen & individueel invullen
2) Individueel: bekijk de volgende kledinglabels.
Omcirkel het land waar het kledingstuk gemaakt is. Duid deze landen aan op
een wereldkaart -> invullen op de wereldkaart pag 145 + met behulp van een
atlas
3) Neem een kijkje in je eigen kledij: waar is die van
afkomstig? Duid ook dit aan op de wereldkaart. Als het nodig is, mag je hulp
van je buurvrouw/-man vragen
Klasgesprek:
1)
Spelregels uitleggen: Iedere lln krijgt 3 spreekkaartjes – dwz dat
iedere lln 3x mag spreken, dus ze moeten goed overwogen een inbreng doen.
Niet door elkaar roepen. Luister goed naar elkaars mening.
2)
Vragen: zie
hiernaast
|
llnbundel
kopies van oplossingen
landen opzoeken mbv een atlas
dan pas op wereldkaart
schrijven
Spelregels op bord
schrijven
|
Neem een kijkje in je eigen
kledij: waar is die van afkomstig?
·
Waar worden de
meeste kledingstukken gemaakt?
·
Hoe komt dat?
·
Waarom in die landen?
·
Wat vind je daarvan?
|
|
Tot: 15 min
5
5
5
|
De
lln kunnen begrijpen waarom men bepaalde kledij draagt.
De lln kunnen de kledij
plaatsen in de wereld
|
Verwervingsfase: kledij heeft in landen verschillende functies, meer dan enkel het
dragen ervan
Verwervingsfase: de kledij is afkomstig uit verschillende landen gesitueerd op de
wereldkaart. De lln krijgen inzicht in de verschillende verhoudingen van de
wereldkaart.
|
Kleding in het buitenland p 149
Filmpje: van sari tot hippe jeans (4:19)
Is
inleiding tot volgende oefening
Wereldreis – deel 1
-
Individueel:
lees omschrijving en zoek de passende afbeelding +WAAROM men deze kledij
draagt: folkore, klimaat, geloof
-
Verbeter
klassikaal
Wereldreis – deel 2
-
Per twee:
plaats de nummers van de tekst op de juiste plaats op de wereldkaart pag 145
-
Klassikaal
overlopen van oplossing
|
Laptop,
beamer, internet
Llnbundel
Zie oplossings-bundel
idem
|
|
|
Tot: 15 min
5
2
8
|
De
lln kunnen inzicht verwerven in de eigen motieven.
|
Verwervingsfase: invullen enquête is soort van zelfonderzoek
Verwerkingsfase: obv het zelfonderzoek wordt er overgegaan tot een verdieping door
gefundeerde mening te geven over het kiezen van kleding
|
Hoe kiezen wij onze kleding? p 144
Instructie:
persoonlijke enquête
Ø
Vraag per vraag
wordt de enquête overlopen en kunnen de lln individueel de enquête invullen
Klasgesprek – onderwerp: hoe kies jij
je kleding?
3)
Spelregels uitleggen: Iedere lln krijgt 3 spreekkaartjes – dwz dat
iedere lln 3x mag spreken, dus ze moeten goed overwogen een inbreng doen.
Niet door elkaar roepen. Luister goed naar elkaars mening.
4)
Lk stelt een aantal vragen:
|
Llnbundel
-Spelregels op bord
schrijven
-3 spreek-kaartjes per lln
|
·
Door wie of wat
laat je je beïnvloeden bij je keuze: je leeftijdsgenoten, je vrienden, je
familie, wat er in de mode is, wat er in de tijdschriften staat, tv, je
budget, je goesting, …?
·
Waarom, wat is
de reden hiervoor?
·
Wie vindt het
belangrijk om de modetrends te volgen?
·
Waarom wil je
de modetrends volgen?
·
Is dit
belangrijk?
·
Wat doen je
vrienden/vriendin nen?
|
|
Tot: 7 min
5
2
|
De
lln kunnen symbolen begrijpen
|
Verwervingsfase
|
Je kleding begrijpen p 146
Oefening - individueel: begrijp je alle symbolen op onderstaande
kledinglabel? Schrijf de uitleg erbij.
Oefening: klassikaal
overlopen van oplossing
|
Zie
oplossings-bundel
|
|
|
Tot: 6 min
5
1
Tot: 7 min
5
2
(einde 2 de lesuur)
|
De
lln kunnen symbolen begrijpen
|
Verwerkings- en herhalingsfase
|
Aangekleed p 151
1) Oefening –
individueel: bekijk het volgende
kledinglabel en los de vragen op
Oefening – klassikaal overlopen van oplossing
2) Oefening –
per twee: teken een kledinglabel
over van een kledingstuk dat je aan hebt. Verklaar alle symbolen
Oefening – klassikaal overlopen van oplossing
|
Zie
oplossings- bundel
Zie
oplossings- bundel
|
|
Bordschema
|
Agenda: In
de mode: kledij in het buitenland
|
Nummers van de pagina’s:
-
144
-
149
-
144
-
146
-
151
|
Spelregels:
-
Iedere lln krijgt 3 kaartjes op te spreken
-
Per kaartje mag je 1 keer spreken
-
Denk dus goed na over wat je gaat zeggen en wanneer
-
Laat de ander uitspreken
-
Luister naar elkaar
-
Niet door elkaar spreken
-
Niet roepen
|
|
Bijlagen
|
|
(stop hier al je lesdocumenten bij)
-
Kimono fiche
-
Sari fiche
-
Abaya fiche
-
Verbeterblad
wereldkaart
-
Verbeterblad
raster
|
Geen opmerkingen:
Een reactie posten