woensdag 18 juni 2014

Edugo Glorieux - stageles 3 & 4 : extreem terrorisme

DCS

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER


Naam stagiair: Ann Hendriks
School: Edugo Glorieux
Datum: 24/02/14 (1ste maal)
Tijdstip: van 13:00 – 13:50 en 13:50 – 14:45 (2 lesuren)
Doelgroep: 3 BM-1
Klaslokaal: B206 (ICT-lokaal)
Aantal leerlingen/cursisten: 9

Sterke punten uit DCO:
-          Gebruik van humor
-          Maak 1 A4 met overzicht van hele les
Werkpunten uit DCO:
-          Combinatie van verschillende media
-          Kiezen van het onderwerp en keuze methodieken
-          “the show must go on”, als ik de draad (van de les) verlies
Opmerkingen uit vorige stagelessen:
-          Werken aan het geven van duidelijke instructies
-          Werken met een llnbundel ipv losse blaadjes
-          Kort op de bal spelen door snel te reageren op reacties en acties van de lln
-          Link met dagelijkse leven er meer laten uitkomen
-          De les begint bij het in de rij staan op de speelplaats
-          Meer “schwung” in de les steken, o.m. door de keuze van methodieken

Lesonderwerp: X-treem: Terrorisme, een ver van mijn bed-show?
Situering en verantwoording van het onderwerp
In lessenreeks over extreem volgt een les over terrorisme. Terrorisme is sinds 911 niet meer weg te slaan uit het nieuws en de berichtgeving is niet altijd genuanceerd. Is iedereen terrorist of bestaat er ook zoiets als vrijheidsstrijders? En wat is dat dan? Bovendien is terrorisme niet altijd ‘ver-van-mijn-bed’: ook België werd/wordt geconfronteerd met terrorisme, nu en in het verleden.

Beginsituatie: De klassen - 3 BM 1+2 (tweede graad, derde jaar, basismechanica):
        Leerlingen in de ‘bloei’ van de puberteit. Leerlingen met somsl wat op hun kerfstok, maar evenzeer met schrijnende thuissituaties. Leerlingen die hun weg zoeken in het dagelijkse leven, voor sommigen een ‘struggle for life”.
        Sommigen zijn eerder geschikt voor het Buso ipv BSO owv hun gedragsproblemen: een héél kort lontje, weinig /geen introspectie, weinig sociale vaardigheden en/of sociale intelligentie, geen empathisch vermogen, enz
        Voor sommigen is het volgen van lessen een zware opdracht:  ze zijn moeilijk te motiveren, doen opdrachten  tegen hun zin, maar ze doen het wél! Het is gelukkig niet zo dat ze opdrachten kortweg weigeren te doen. Maar dat heeft natuurlijk ook te maken met hoe Lucie voor de klas staat!
        Sommigen hebben ontzettend veel aandacht nodig, ttz ze eisen die bijna op van Lucie. Bij ieder stapje in een opdracht vragen ze aandacht (niet alleen goedkeuring, maar vooral 'is dit genoeg?'). Het uitvoeren van taken gaat ook gepaard met heel wat gezucht en gepuf. Maar gelukkig is dit niet voor alle leerlingen. Sommigen werken zelfs thuis aan een bepaalde opdracht!
        De lessen die ik geobserveerd heb, ging over de schrijver John Boyne en een van zijn boeken 'de jongen in de gestreepte pyjama', volgens mij toch wel een gedurfd onderwerp (en dan bedoel ik niet het onderwerp van WO II, maar eerder over een schrijver en een boek). Adhv een aantal vragen moeten de lln een power point maken over Boyne en zijn boeken (heeft er massa's geschreven). Hiervoor moeten ze opzoeken op internet en dit in een ppt gieten. En ik moet zeggen dat ik toch wel onder indruk ben van hetgeen ze produceren! Niet onderschatten, die jongens!
        In klas 2 zitten vooral 'alfamannetjes': haantjes die zichzelf de hele tijd moeten bewijzen tegenover de rest. Maar ook tegenover mij, uiteraard.
        In de klas zitten van verschillende etnisch-culturele origine, waarvan de ouders (of grootouders) afkomstig zijn uit België, Turkije, …
        Wat me vooral opviel uit de gesprekken met Lucie is dat veel leerlingen echt wel moeilijkheden hebben met hun ouders, die veelal gescheiden zijn. Zo jong,en er nu al, bij wijze van spreken, alleen voor staan.
        Wat betreft hun economische achtergrond weet ik alleen dat sommige lln het financieel echt wel goed hebben thuis, tot overdreven (materiële) verwenning.


      Onderwijsbehoeften van de leerlingen in groep :

Individuele onderwijsbehoeften:

Deze klas/ deze leerling heeft :
-
instructie nodig die kort en duidelijk is - “less is more”
- opdrachten of taken nodig die afwisselend zijn, regelmatig herhaald worden, laagdrempelig (herkenbaar)
             -  leeractiviteiten of materialen nodig die blijven boeien, de leerlingen uitdagen en blijven motiveren voor de les, maar uiteraard ook om iets te
                leren over het onderwerp, waarmee ze in hun dagelijkse leven worden geconfronteerd.
             - feedback nodig die ondersteunend, maar ook corrigerend is (inhoudelijk maar ook gedragsmatig);
             - groepsgenoten nodig die niet bang zijn om het goede voorbeeld te geven;
             - een leerkracht nodig die duidelijke grenzen stelt, ondersteunend maar ook kritisch kan zijn, creatief en vindingrijk, niet bang is     
               om voor het BSO niet-evidente onderwerpen aan te pakken in de klas (bv een schrijver en zijn boeken)

      Situering leerplan: VVKSO (D/2012/7841/014)

      Leerplandoelstellingen:
          
Informatie verwerving en -verwerking
1.       Onder begeleiding en in concrete situaties relevante en toegankelijke  informatie vinden en selecteren uit: ict bronnen
2.       Onder begeleiding  en in concrete situaties relevante en toegankelijke  informatie gebruiken
4.Onder begeleiding digitale hulpmiddelen gebruiken om de communicatie en het taalvaardig handelen te optimaliseren zoals: een verklarend (online) woordenboek
6* zich bij het lezen en luisteren blijven concentreren, ondanks het feit dat men niet alles begrijpt (attitude)
Probleemoplossend denken
8.Onder begeleiding en in relevante concrete situaties wiskundige technieken en denkmethoden mbv elektronische hulmiddelen toepassen: ordeningsmodel
Individueel werk en groepswerk
12.Onder begeleiding opdrachten van beperkte omvang en van relatief korte duur in groep realiseren via volgende stappen: overleg, organisatie, uitvoering, reflectie, bijsturing
Maatschappelijke participatie
Belangrijke wereldproblemen bondig omschrijven


VOET:
Contexten:
De leerlingen

beseffen dat maatschappelijke fenomenen een impact hebben op veiligheid en gezondheid
(CONTEXT Lichamelijke gezondheid en veiligheid)

Gaan adequaat om met taakbelasting en met stressvolle situaties
(CONTEXT Mentale gezondheid)

Erkennen het bestaan van gezagsverhoudingen en het belang van gelijkwaardigheid, afspraken en regels in relaties
(CONTEXT Sociorelationele ontwikkeling)

Geven voorbeelden van de potentieel constructieve en destructieve rol van conflicten
(CONTEXT Socioculturele samenleving)

Leren leren
·         Opvattingen over leren: 1
·         Informatieverwerving: 3
·         Informatieverwerving: 5
·         Regulering van het leerproces: 7; 8;

ICT: 1-4; 6;8;9;10

Bronnen:
·       “Het didactische werkvormenboek – variatie en differentiatie in de praktijk”; Piet Hoogeveen en Jos Winkels; Van Gorcum
·       “Terrorisme, een torenhoog probleem”; Frank Pollet, Patrick Van Lysebetten; PAV Atelier L-XL; de Boeck
·       “Ten Aanval”; Renilde Rommens, Dries Vanmarcke, Sophie Zwaenepoel; Mix PAV; Averbode







Lesverloop


T
I
M
I
N
G
Lesdoelstelling
Fase + Leerinhouden
Onderwijsleeractiviteiten
(organisatie, werkvormen, leermiddelen, didactische principes…)
Media
Evaluatie




opgelet: deze DS verschillen van de leerplanDS
+ formuleer altijd waarneembaar gedrag


= WAT

= HOE

Vergeet je mondelinge vragen niet op te schrijven
5
De lln kunnen observeren.
De lln kunnen in eigen woorden de observatie uitleggen.
Motivatiefase:
1 filmpje over wat terrorisme is
DP = Aanschouwelijkheid en motivatie
Er wordt gewerkt met een filmpje
Individueel.
De lk duidt kort het filmpje:
(1:23 min)
Computer, beamer, internet
Wat heb je gezien? Waarover ging dit? Wat heb je nog gezien?
Waar denk je aan bij het woord terrorisme?
Ook in België? Wie heeft al eens gehoord over de Bende van Nijvel?
Is terrorisme een ver-van-mijn-bed-show?
Vind je terrorisme extreem? Waarom?
10






































5


De lln kunnen de begrippen omschrijven.

De lln kunnen in eigen woorden de begrippen uitleggen.
Verwervingsfase:
Aan de hand van een aantal vragen moeten de lln antwoorden formuleren mbv specifieke infobronnen (internetlinks).


































Evaluatiefase:
De opgezochte inhoud wordt overlopen en kan eventueel verbeterd worden ifv het vervolg van de les

DP = activiteitsprincipe & motivatie

Individueel
De lln zoeken online de antwoorden op de volgende vragen:
1)       Wat betekent de term ‘terrorisme’ (omschrijving)
2)       Waarom doen mensen aan terrorisme?
3)       Welke soorten terrorisme zijn er?
4)       Wanneer en waarom is de strijd tegen terrorisme
            ontstaan?
5)       Wat betekent de term
‘vrijheidsstrijder’
            (omschrijving)
6)       Wat is het verschil tussen
een terrorist en een
            vrijheidsstrijder?
7)       Om welke redenen zouden
Vlaamse vrijheidsstrijders
           naar Syrië trekken?
De volgende infobronnen kunnen gebruikt worden:
Klassikaal.
De antwoorden worden klassikaal overlopen.
Computer
Internet
Leerlingenbundel met vragen en infobronnen en invulblad voor de antwoorden
Zie andere kolom
5








2
De lln kunnen het radaroordeel automatisch gebruiken
Herhalingsfase:
het radaroordeel van de vorige les over Xtreem inleiding wordt hier nogmaals herhaald.
DP = integratieprincipe & herhalingsprincipe

In kleine groepjes, per 2 of 3:
De lln vullen het radaroordeel in over het begrip ‘terrorist’ en anderen over het begrip ‘vrijheidsstrijder’.

De antwoorden van de groepjes worden klassikaal overlopen en met elkaar vergeleken: het moet gemotiveerd worden.
(Waar zitten de verschillen en de gelijkenissen in het oordeel? Welke uitleg wordt er gebruikt om het oordeel te motiveren?)
Invulblad radaroordeel
Wie kent het radaroordeel nog van vorige les? Waarvoor dient een radaroordeel? Wie weet nog  hoe het werkt?
Waarom vind je terrorisme extreem/niet extreem? En vrijheidsstrijder?

4 x 15 min
+
5
De lln kunnen zelfstandig werken
















De lln kunnen functionele informatie opzoeken.
De lln kunnen de opgezocht informatie gebruiken.







De lln kunnen functionele informatie opzoeken.
De lln kunnen de informatie gebruiken.










De lln kunnen functionele informatie opzoeken.
De lln kunnen de informatie gebruiken.











De lln kunnen functionele informatie opzoeken.
De lln kunnen de informatie gebruiken.


Verwervingsfase:
De lln krijgen 4 verschillende opdrachten, allemaal ivm het lesonderwerp: terrorisme, een ver-van-mijn-bed-show?
DP = aanschouwelijkheid, motivatie, activiteitsprincipe, integratieprincipe

Hoekenwerk: doorschuifsysteem na 15 minuten
4 hoeken
4 groepjes
4 verschillende opdrachten
Individuele antwoordbladen (ifv de vastzetting nadien)
De lln krijgen eerst duidelijke instructies over het verloop van het hoekenwerk en spelregels.
Per hoek krijgen de lln ook duidelijk instructies via een stappenplan

Groep 1:
Uitspraken/zegswijzen (6) over oorlog en conflict
Betekenis zoeken online: er zit een haar in de boter; op voet van oorlog leven; de plooien glad strijken; de poppen zijn aan het dansen; olie in het vuur gooien; de aanval is de beste verdediging;
Werkvorm: oefening in llnbundel waarbij de uitspraak met de juiste uitleg wordt verbonden

Groep 2:
Op internet deze organisaties/ personen zoeken:
Amnesty International, Mandela, Greenpeace
Vragen beantwoorden:
     Waarvoor ‘strijdt’ deze organisatie of persoon
     Hoe doen ze dit?
     Met wie doen ze dit? Doen ze dit alleen?
Werkvorm: in llnbundel is het antwoordblad te vinden

Groep 3:
België en terrorisme:
Op internet deze organisaties zoeken:
CCC, ALF, Bende van Nijvel
Vragen beantwoorden:
     Waarvoor ‘strijden’ deze organisaties? Waarom pleegden ze aanslagen?
     Hoe werden de aanslagen gepleegd?
     Waar werden de aanslagen gepleegd?
Werkvorm: per vraag moet een ‘bom’ ingevuld worden in de llnbundel

Groep 4:
Terrorisme in het buitenland:
New York 09/11/2001
volgende vragen beantwoorden:
        Wat is de bijnaam van deze terroristische  aanslag?
        Wat is hier gebeurd?
        Welke organisatie was
        hiervoor verantwoordelijk? 
                     Onder leiding van wie?
        Hoe gebeurden de
        aanslagen?
Gebruik de volgende bronnen:
Werkvorm: per goed antwoord krijgen ze een stuk van een puzzel (4 stukken). Als de puzzel volledig is moeten ze raden van wie de foto is (Osama Bin Laden)
4 tafels met computer
4 opdrachten
Invulbladen uit leerlingen-bundel
Grote bladen met duidelijk vermeld welke groep er waar zit
Ppt die ook in leerlingenbundel zit met duidelijke instructies (stap voor stap het hoekenwerk doen)
Rondlopen en navragen hoe het verloopt.
Het proces in goede banen leiden, per groepje, maar ook individueel navragen hoe het proces verloopt, hoe het gaat
5
De lln kunnen de les begrijpen en verwerken.
Verwerkingsfase:
Overlopen van de antwoorden
DP= integratieprincipe, herhaling

Klassikaal: overlopen van de antwoorden


3
De lln kunnen de les begrijpen en verwerken.
De lln kunnen de opdracht uitvoeren.
Evaluatiefase:
Vastzetting van het hoekenwerk
DP = integratieprincipe, herhaling

Individueel

Huiswerk:
Kruiswoordraadsel maken over de les
Als er tijd genoeg is, mogen ze het krijswoordraadsel beginnen en aan de leerkracht geven. Indien geen tijd genoeg, is het huiswerk en wordt het nadien afgegeven aan de leerkracht (mevr Van Mierlo)


















Geen opmerkingen:

Een reactie posten